web analytics

L.-F. Céline, Oorlog, nawoord

‘Céline heeft iets van een man die opmarcheert achter zijn eigen klaroen.’ Deze typering, van Julien Gracq, wijst op een wezenstrek van Louis-Ferdinand Céline (1894-1961): hij was, in weerwil van zijn zelfverklaarde pacifisme, een strijder. Zijn strijdlust kreeg gestalte in de radicaal vernieuwende vorm van zijn romans, maar nam ook radicale ideologische vormen aan. Aan de ene kant zorgde Céline met zijn op spreektaal geënte schrijftaal voor een revolutie in het Franse literaire proza; aan de andere kant ontpopte hij zich in de periode 1937 en 1944 als rabiate anti-joodse propagandist, collaboreerde hij in de oorlogsjaren actief met de Duitse bezetter en hing hij zijn leven lang een biologisch racisme aan dat hij nooit zou afzweren.… > Lees verder

Milan Kundera (1 april 1929 – 11 juli 2023)

Ruim twee weken geleden, toen ik in Ierland op vakantie was, bereikte me het nieuws dat Milan Kundera was overleden. Het was geen verrassing, wel een schok. De laatste keer dat ik hem zag, op 19 januari 2017 in Parijs, lunchten we zoals gewoonlijk in zijn stamrestaurant Le Récamier, maar de sfeer was een stuk minder vrolijk dan voorheen. Reden: Milan wist bijna niets meer van zijn eigen boeken, zijn vrouw Vera en ik moesten hem uitleggen waar ze over gingen. Ik zat tegenover een broze man die in niets meer leek op de spotvogel met wie ik goed bevriend was geraakt sinds ik in 1995, helemaal aan het begin van mijn vertaalcarrière, door een vreemde samenloop van omstandigheden zijn tweede Franse roman, L’Identité, mocht vertalen (dank, Caroline Jansen!).> Lees verder

Annie Ernaux, De jongeman, nawoord

‘Hoe de stem van Ernaux wisselt, nu eens jonge amazone, dan weer oude vrouw’. De aantekening is gedateerd 26 maart 1998: die avond ontvangt het Maison Descartes aan de Amsterdamse Vijzelgracht Annie Ernaux. Aanleiding voor de ontvangst is de publicatie van De schaamte, de Nederlandse vertaling van Ernaux’ La honte. In een gesprek met Désirée Schyns legt Ernaux uit dat ze de gewelddadige familiescène waarmee dat boek opent nooit eerder onder woorden had weten te brengen, al werd  er in eerdere boeken wel op gezinspeeld. Ze wil, zegt ze, in haar schrijven ont-dekken, dé-couvrir, wat doorgaans bedekt wordt gehouden.… > Lees verder

C.F. Ramuz, Schoonheid op aarde, nawoord

‘We moeten zien hoe magistraal dit simpele verhaal ons wordt gepresenteerd, hoe groots in plastische en muzikale zin. Weidse landschappen – het meer, de bergen, de lucht – omhullen de personages; sterker nog, ze nemen aan hun handelen deel. Golven, zand, bos worden tot levende personen, ze lichten op in beelden die langsschieten als bliksemschichten.’

Deze quote is afkomstig uit een reclametekstje getiteld ‘Een nieuw meesterwerk bij Uitgeverij Grasset: La Beauté sur la terre, roman van C.F. Ramuz’, en is van de hand van… C.F. Ramuz. Het valt niet mee om te beoordelen wat zelfspot en wat ernst is in zinnetjes als ‘De auteur bereikt hier het volkomen meesterschap’; Ramuz lijkt zich in zijn op verzoek van Grassetdirecteur Pierre Tisné geschreven blurb vrolijk te maken over het kenmerkende, ronkende taalgebruik van flapteksten – ‘niet bombastisch genoeg’, voegt hij met de hand nog aan het kladje toe.… > Lees verder

Nobellezing, Annie Ernaux

Waar te beginnen? Tientallen keren heb ik tegenover het onbeschreven blad mezelf die vraag gesteld. Alsof ik die ene zin moet vinden, de zin die me in staat stelt te beginnen met het schrijven van het boek, de zin die in één klap alle twijfels wegneemt. Een soort sleutel. Nu ik vandaag het hoofd moet bieden aan een gebeurtenis waar ik eerst alleen met verbijstering op kon reageren – ‘overkomt mij dit echt?’ – en die ik me intussen meer en meer als iets vreeswekkends voorstel, dringt zich eenzelfde noodzaak aan mij op. De zin vinden die me de vrijheid en de vastberadenheid zal geven om zonder horten of haperen te spreken, op deze plaats waar ik vanavond door u uitgenodigd ben.… > Lees verder

Zichtbaarheid of dienstbaarheid. Hoeveel schrijver is een vertaler?

Vertalers treden uit de schaduw, het heeft er tenminste de schijn van dat ze in onze contreien iets minder onzichtbaar aan het worden zijn. Onder invloed van de recente open brief gelanceerd door Annemart Pilon en Martin de Haan, beloofde een hele reeks uitgevers de namen van vertalers voortaan op het boekomslag te zullen vermelden. Zeker, zulke naamsvermelding bevordert de fameuze zichtbaarheid van vertalers. Maar hoe zit het dan met de even fameuze dienstbaarheid die ze naar verluidt moeten betrachten? Dreigen zichtbare vertalers het zicht op de schrijver en het boek niet in de weg te staan?

Het vertaalpleidooi Overigens schitterend vertaald (2008) was in de Lage Landen een belangrijk moment in de thematisering van vertalerszichtbaarheid.… > Lees verder