Joris-Karl Huysmans, Aan de vrouw, nawoord

‘Ik zit erg in mijn maag met mijn vervloekte roman,’ schrijft Joris-Karl Huysmans in 1881, kort voor het verschijnen van En ménage, aan zijn vriend Théodore Hannon. ‘Hij is zo anders, zo vreemd, zo intimistisch, hij staat zo ver af van alle ideeën van Zola, dat ik niet weet of ik niet afsteven op een faliekant fiasco. Het is een vrij nieuw soort naturalisme, geloof ik. Maar het platvloerse van het leven en de weerzin tegen het menselijk bestaan, daar moet het vermaledijde publiek misschien maar weinig van hebben.

> Lees verder

Tijdloze tijd in Arles

‘Voor vertalers is contact met de brontaal en –cultuur en met anderstalige collega’s die uit dezelfde taal vertalen van het allergrootste belang. Een relatief bescheiden, maar zeer doeltreffende mogelijkheid daartoe vormen de vertalershuizen…’, heet het in het Vertaalpleidooi. Zo gezegd zo gedaan: deze zomer heb ik vier weken in Arles verbleven, aan het Collège International des Traducteurs Littéraires aldaar. Het Collège bezet een vleugel van het voormalige Hôpital-Dieu, het uit de 16e eeuw daterende ziekenhuis in het hartje van het oude Arles, dat een jaar of dertig geleden een culturele bestemming heeft gekregen.

> Lees verder