De zichtbare vertaler 10: Trots Op Nederland

Vertalers zijn culturele bemiddelaars, zegt het een dezer dagen verschenen Vertaalpleidooi. Daar kan ik van meepraten. Ik bemiddel me rot, ren van hot naar her om culturen met elkaar in contact te brengen, ga onversaagd de interculturele dialoog aan en probeer tussen de bedrijven door nog wat te vertalen, want er moet tenslotte ook brood op de plank komen.

Laatst bemiddelde ik in Slovenië. Daar zijn ook vertalers, en net als in alle andere kleine taalgebieden vertalen die er lustig op los: een kwart van alle nieuwe boeken is overgezet uit het buitenlands (bij ons ongeveer een derde). En net als in alle andere landen, klein en groot, vormen de vertaalkosten er een sluitpost op de begroting (maar er is geen werkbeurzensysteem zoals bij ons). ‘De vertaalkwaliteit maakt nauwelijks verschil voor de verkoopcijfers,’ zei een bijna blinde uitgever tijdens een rondetafelgesprek met simultaantolk, en: ‘Vertalers zouden beter zichtbaar moeten zijn, pas dan krijgen hun financiële en contractuele eisen gewicht.’ Zelf schijnt hij de vertalers van de boeken die hij uitgeeft ook niet te zien, of in elk geval slecht te betalen, maar ja, hij heeft een goed excuus.

Er werd ook een ‘Nederlandse avond’ in een jazzclub georganiseerd. Zonder jazz, maar met simultaantolk, die in het Sloveens naar ik aanneem keurig doorgaf wat ik in het Frans te melden had over mijn eigen cultuur, de Nederlandse. En er waren natuurlijk vragen. Is de combinatie van polders en protestantisme net zo bepalend voor de Nederlandse literatuur als die van bergen en katholicisme volgens Elfriede Jelinek voor de Oostenrijkse is? Nooit over nagedacht. Ja, vast wel. Zijn Nederlanders echt zo eenzaam als de enige Sloveense anthologie van Nederlandse korte verhalen doet vermoeden, of is eenzaamheid iets algemeen menselijks dat in alle goede literatuur wel op een of andere manier naar voren komt? Dat laatste, denk ik, en ik kon mooi mijn eigen Houellebecqvertaling citeren, terugvertaald in het Frans: ‘Literatuur is er niet om te zorgen dat de mensen van het leven houden.’ De aanwezige Slovenen knikten instemmend. Zou het dan toch wel meevallen met de culturele verschillen?

Sinds ik in Frankrijk woon, een jaar of vijf nu, bemiddel ik ook echt twee kanten op. Aan mijn Nederlandse vrienden leg ik uit dat die rare Fransen met hun Sarkozy en hun Carla Bruni helemaal niet zo raar zijn als je wel zou denken, en aan mijn Franse vrienden leg ik uit dat Nederland heus niet alleen maar uit kleine Pimmetjes, Volkertjes, Ritaatjes en Geertjes bestaat. En soms ben ik gewoon ronduit Trots Op Nederland. Aankomen op Amsterdam CS voor een Rimbaud-avondje in Perdu, een dubbele espresso bestellen in de nieuwe 1e Klas Pub op spoor 2b, grinniken om de domme spelfouten in de NRC-vertaalwedstrijd en dan zomaar een broodje met kruidenboter aangeboden krijgen door een exotische schone in bruidsjurkachtige outfit aan het tafeltje naast me, dat kan alleen in Nederland. Denk ik dan. Merci d’avoir choisi Thalys, et à bientôt.

[VvL.nu 6 (zomer 2008), © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email