De Conradstraat. Het naderende einde van een post-industriële enclave

Rond de honderdvijftig mensen bewonen het grootste woon-werkcomplex van Nederland: ‘De Conradstraat’ in Amsterdam. De voormalige Rijkskledingmagazijnen zullen, volgens de laatste berichten, maandag 18 juli worden belegerd door de ME, die de strijd zal moeten aanbinden met de wasmachines en autobanden die de gebruikers van het complex ter verschansing hebben aangesleept. Een ongelijke strijd zal dan een betreurenswaardig einde maken aan de unieke enclave van kunstenaars, handwerkers en uitvinders die de Conradstraat bevolken. Een bericht van het front.

Wanneer je vanaf de Oostenburgergracht de Conradstraat in fietst, ligt onmiddellijk aan je linkerhand een kale vlakte ter grootte van een voetbalveld. De enorme loods die hier tot voor kort stond, is gesloopt. Alleen een vloer van gewapend beton herinnert aan het gebouw. Nu speelt een enkele graafmachine er een luguber spel: een metersdikke metalen kogel wordt telkens enkele meters de lucht in geheven en valt dan met een doffe klap op de weerbarstige grond. Het braakliggende terrein biedt uitzicht op de gebouwen van het complex Conradstraat 11. ‘De Conradstraat’ dreigt hetzelfde lot te ondergaan als de voormalige loods. Het vonnis is gevallen over de woon-werkgemeenschap. De gemeente Amsterdam heeft vanaf 1 juli het recht de vier gebouwen door de sterke arm te laten ontruimen. Maandag 11 juli kondigden ambtenaren van het bureau Algemene Zaken van het gemeentebestuur aan dat de ontruiming op 18 juli kan worden verwacht.

Voor het lege terrein staat een oude man naar de graafmachine te kijken. Hij laat zijn hond uit, op pantoffels. Ik wijs naar de gebouwen die even verderop liggen en vraag hem wat hij vindt van de dingen die in de buurt staan te gebeuren. Hij kijkt mij meewarig aan. ‘Wat ik ervan vind? Dat interesseert niemand wat. Mij wordt niks gevraagd. Van die krakers heb ik geen last. Maar ja, ze willen alles kosteloos hebben, hè? Als ze eens wisten wat ik allemaal niet wil. Het enige jammere is dat die wandschilderingen ook weg moeten. Daar woon ik tegenover. Die zijn wel genietbaar. Maar als ze er met een tank op afgaan en ze gooien een paar traangasbommen naar binnen, dan zijn die jongens en meisjes zó gevlogen. Let op wat ik zeg.’

Uit onverwachte hoek hebben de voormalige Rijkskledingmagazijnen hun militaire bestemming teruggekregen. Het complex heeft de gedaante aangenomen van een vrolijke vesting. Middeleeuwse heiligen sieren de gevel, rommelige muren, schuttingen en barricaden zijn opgeworpen, en op allerlei plaatsen wapperen vlaggen met krijgshaftige symbolen. Op de daken staat gevarieerd wapentuig, voor iedereen zichtbaar die de panden nadert: wasmachines, autobanden, een gemoderniseerde lepelbleide.

Beheersing

De achtergronden van de strijd tussen gemeentebestuur en bewoners zijn de afgelopen maanden breed uitgemeten in de media. De gemeente wil overgaan tot sloop van de opstallen om op hetzelfde terrein sociale woningbouw te plegen. Door het Gemeentelijke Grondbedrijf is inmiddels aan de Westerdoksdijk een pand ter beschikking gesteld waar tien bewoners vijf jaar kunnen blijven. Ook zijn er verschillende nieuwe panden gekraakt: een voormalig schoolgebouw aan de Vondelstraat, en een afgedankt legercomplex aan de Oude Haagseweg, een geïsoleerd terrein aan de buitengrens van het gemeentelijk grondgebied. In totaal zouden ongeveer zestig krakers via die kanalen onderdak kunnen vinden.

Misschien wel het belangrijkste gemeentelijke argument voor het doorzetten van de voorgenomen sloop- en nieuwbouwplannen was dat van de beheersbaarheid van grootschalige woon-werkcomplexen. Dat argument werd vooral door gemeenteraadsleden van de PvdA stelselmatig naar voren gebracht in de twee raadsdebatten die aan de kwestie zijn gewijd. Het begrip ‘beheersbaarheid’ slaat op het technische en financiële beheer over woon-werkcomplexen, maar ook op de sociale beheersing van de bewoners. Het is bekend dat de Conradstraat, net als indertijd het Wyerscomplex, een heterogeen gezelschap herbergt. Men zag de straat als een soort ongesubsidieerd opvangcentrum. Of men beschreef de bewoners als een gezelschap post-industriële bohémiens. Ten tijde van de strijd om het Wyerscomplex, in 1984, ging het echter om de tegenstelling tussen woon-werkcultuur en cityvorming – lees: grootkapitaal. Nu worden verschillende minvermogende groepen tegen elkaar uitgespeeld: kunstenaars, ambachtslieden en werklozen tegen mensen die het van sociale woningbouw moeten hebben. L., een Duitse vrouw die sinds 1985 op het complex woont, zegt daarover: ‘Ik denk dat het een zeer symbolische plek is. De maatschappij heeft gewoon geen behoefte aan zo’n plek. Aan een vrijruimte, voor een soort overbodige elite. Kunstenaars, handwerkers, uitvinders. Hebben ze niet meer nodig.’

Bezigheidstherapie

Wat de Conradstraat als woon-werkcomplex uniek maakt is dat het geen besloten pand betreft: het is een straat aan de straat, een dorp aan de rand van het stadscentrum. Zeer diverse en zeer eigenzinnige mensen leven en werken er nast elkaar. Die omstandigheid levert behalve enige rommel en rumoer ook veel bedrijvigheid en initiatieven op, een omstandigheid die in de ogen van de bewoners niet te vervangen is door huisvesting elders. Voor hen is bij het verlies van de Conradstraat meer in het geding dan alleen hun woon- of werkruimte. T.: ‘Ik heb geen behoefte om te vechten, maar ik ga niet weg, begrijp je wel. En een heleboel vrienden gaan ook niet weg. Je kan wel blijven weggaan. Ze slopen je huis, en dan moeten de mensen die er wonen ook maar gesloopt worden. Je hebt absoluut geen recht meer. Ik wil ze laten zien dat er een kracht is, mensen die bij mekaar zijn, die een idee hebben, en die houden van waar ze mee bezig zijn. Zonder andere mensen lastig te vallen.’

Een voor de bewoners moeilijk te verkroppen kant van de zaak is dat de gemeente niet in staat is gebleken tot een werkelijke afweging van alternatieven. De professioneel onderbouwde plannen tot behoud die in 1987 aan de gemeente werden gepresenteerd hebben nooit serieus ter discussie gestaan. Inderdaad werden de panden gekraakt nadat het besluit tot sloop en nieuwbouw al was gevallen. Maar de nieuwe situatie die daardoor ontstond, en de in talrijke gelederen betuigde steun aan het verbouwproject van de bewoners, vermochten de gemeentelijke beslissing niet terug te draaien. Volgens een bewoner hebben de gemeentelijke ambtenaren een ‘bezigheidstherapie voor zichzelf gevonden’. Pure willekeur, zegt zij, onder het mom van politiek. Een andere bewoner meent dat er sprake is van het ‘censureren’ van de woon-werkcultuur. J.: ‘De gemeente voert een beleid tegen hondepoep. In de Conradstraat is het leven gebaseerd op méér dan geklaag over hondepoep of burengerucht. De gemeente wil de stad schoonvegen, en begint bij de Conradstraat. Je moet durven kiezen voor de diversiteit van de stedelijke cultuur. Het enige argument waar ze steeds op terugvallen, is dat wij het uitzicht zouden bederven. Dit bestuur is niet krachtdadig, maar laf en incapabel.’

Pure magie

Ondertussen wordt het uitzicht voor de omwonenden van de Conradstraat steeds intrigerender. ‘Het is magie, pure magie. Het gaat erom die ontruiming te bezweren. We maken van de Conradstraat een heilige plaats’, zegt B., die fresco’s schildert op de buitenmuur van het complex. Als ik het terrein op loop, drie geiten voor me uitdrijvend, staat de poort open. Niemand controleert wie er binnenkomt. Onder de bezoekers die dagelijks over het erf rondwandelen bevinden zich buurtbewoners en sympathisanten, maar volgens sommigen ook ‘stillen die aan het sneaken zijn’, en handelaren die de bruikbare materialen van de te slopen gebouwen alvast onderling verdelen. Er worden ambtenaren gesignaleerd die de diepte peilen van de Oosterburgervaart, de gracht waar de gebouwen over uitkijken. Soms vliegt er een helikopter over.

Pas de laatste weken groeit de animo voor daadwerkelijk verzet onder bewoners en sympathisanten, daarvóór waren het enkelingen die zich bezighielden met plannen tot fortificatie. Actievoerders uit den lande arriveren om te helpen bouwen aan een metersdikke wal, waarachter men zich denkt te verschansen. Bakstenen worden er in kruiwagens en supermarktkarretjes naartoe gesjouwd. De binnenplaats van het terrein verandert langzaam in een zandvlakte. Niemand lijkt zich af te vragen hoe effectief het bouwkunstige knutselen is; die vraag is alleen interessant voor de ontruimers.

Onder de bewoners wordt van tijd tot tijd gespeculeerd over het geschut dat de politie zal moeten inzetten om de panden te veroveren, en over de tactiek van de tegenstander. Wordt er wel ontruimd nu de burgemeester op vakantie is? Biedt de bouwvak nog enig soelaas tegen de sloop? Komen ze van het land, over water of uit de lucht? De voorbereidingen op een laatste verdediging van het pand lijken zich in alle openbaarheid af te spelen. Maar er wordt ook gezinspeeld op voorbereidingen die de openbaarheid niet kunnen velen. ‘Wij tolereren absoluut geen enkel geweld meer, van krakers of van wie dan ook. De politie is de enige die het monopolie heeft op geweld, omwille van de democratie’, aldus vorige week de reactie van burgemeester Van Thijn tegenover BBC-verslaggevers, naar aanleiding van de burcht die aan de Conradstraat wordt gebouwd.

Vibraties

Vergaderingen in de Conradstraat worden sinds kort weer drukker bezocht. Ze woeden voort tot diep in de nacht. ‘Is iedereen bekend bij iemand?’, wordt er gevraagd aan het begin van de bijeenkomst. De steun van buiten was tot nog toe vrij gering, voor een deel ook als gevolg van de anarchistische praktijken van de bewoners/gebruikers: de Conradstraat staat in sommige radicale kringen bekend als een zootje ongeregeld, waar geen concreet actieplan mee te smeden valt. De strijd tegen de leegstandswet, een bekend geloofsartikel in de kraakbeweging, zorgt in elk geval niet voor een sterke ideologische binding tussen de bewoners en gebruikers. Maar is die binding überhaupt nog aanwezig onder de versplinterde restanten van ‘de beweging’? Kan de Conradstraat dan misschien de ‘speerpunt’ worden van een in opkomst zijnde woon-werkcultuur? Ook daarvan is men niet zeker. Het enige dat men zeker weet is dat er strijd moet worden gevoerd. W: ‘Laten we gewoon één plan maken, en laten we erachter gaan staan. En laten we niet gaan discussiëren over oeverloze zaken, want we komen allemaal uit een verschillend nest en we hebben allemaal verschillende vibraties in onze kop. Je hebt godverdomme één terrein, dat moet verdedigd worden. Dat moet verdedigd worden door ons! Door ons!’

Om de zoveel tijd begint tijdens de beraadslagingen iedereen door elkaar heen te schreeuwen, of men barst in lachen uit. Bootbewoners en woonwagenbewoners worden genoemd als mogelijke bondgenoten. Alle gediscrimineerde volkeren ter wereld worden aangeroepen. Men heeft het over ‘postmoderne bedreigingen’. Scenario’s en strategieën vliegen over tafel, van een harde defensie van het terrein tot en met het idee de ontruiming aan te grijpen voor een soort surrealistisch volkstheater. Er wordt geopperd om publiekstribunes op te richten en heel Amsterdam uit te nodigen voor een ongetwijfeld euforiserend spektakel. Men beraamt allerhande acties. F.: ‘Ik vraag me af hoe groot de prijs is die de gemeente wil betalen om dit pand in handen te krijgen. Dit moet eigenlijk een landelijk verzetspand worden.’

Eindeloze ‘dizguz’ volgt over de juiste verhouding tussen het beheren van de pas gekraakte panden en de verdediging van de Conradstraat. Ook over de vraag of men zich mag laten ‘afkopen’ door wat wordt gezien als een gemeentelijke verdeel- en heerstactiek. En over de vraag op de nieuwe panden een pressiemiddel zijn waarvan de ‘kraakstatus’ behouden moet blijven, dan wel zo snel mogelijk te legaliseren wijkplaatsen.

De sfeer wordt soms verbeten. Een jongen gooit alle ruiten van zijn ruimte in, alsof hij de slopers te vlug af wil zijn. In kleine kringen zeggen mensen dat ze bang zijn voor de ontruiming. De noodzaak tot eensgezind optreden roept spanningen op. Meningsverschillen drukken hun sporen op het moreel. Mensen verwijten elkaar alleen bezig te zijn met ‘hun eigen trip’ of ‘hun eigen hachie’. Sinds 1 juli rijden bestelbusjes af en aan op het terrein.

Kabelteeveetje

Is de sloop van de Conradstraat de noodzakelijke consequentie van een voor het overige evenwichtig stadsvernieuwingsbeleid? Een kwestie van algemeen belang? Of is het overkill van het stedelijke plannings- en beheerssysteem? Kan men er een autoritaire reactie in zien om ongewenste maatschappelijke elementen in bedwang te houden? In ieder geval bleken de argumenten die in stelling zijn gebracht om Conradstraat 11 te behouden, niet voldoende gewicht te hebben. De grote schaarste aan betaalbare woon-werkruimte, de miljoenen die door het behoud zouden worden bespaard, de dreiging van een historische blunder op het gebied van stedebouw, de culturele functies van het complex – het is al vaak uitvoerig opgesomd, tevergeefs.

Ik begeef me naar een cafetaria in de Tsaar Peterstraat. Er hangen nog een paar ingekrompen oranje ballonnen aan de muur. Twee mannen verorberen een eenvoudige maaltijd. Ook hun vraag ik wat zij vinden van de dingen die in de buurt staan te gebeuren. Ze zeggen dat het goede gebouwen zijn. Een van hen heeft er een opslag van tweedehandsgoederen. Ze beginnen te praten over de teloorgang van oude volksbuurten en over de funeste eigenschappen van nieuwbouw, ze troeven elkaar af in sombere bespiegelingen. ‘Vroeger had je hier een echt straatleven. Al deze gezellige volksbuurten trekken ze uit elkaar. Als je in zo’n nieuwbouwwijk komt te wonen ken je niemand meer. Nieuwbouw, dat is de krottenwijk van de toekomst.’ ‘Maar dat bedoel ik nou. Zodra mensen in een nieuwbouwwoning worden gestopt, dan veranderen ze ook meteen. Je wordt gemaakt en gebroken. De mensen zitten veel meer thuis, dat komt omdat ze die hoge huren moeten betalen… Alles heeft zijn functie, in deze maatschappij. En daar zit je dan, met je kabelteeveetje.’ ‘De leefbaarheid is verdwenen. De mensen wórden geleefd. Je kan praktisch geen eigen bedrijf meer beginnen, of iets anders, want alles wordt kapotgemaakt. De mensen worden grimmiger.’ ‘Je komt de straat niet meer op, je ziet niemand, je groepeert je niet meer, je zondert je af. Mensen worden weggestopt in een blokkendoos met nummers erop.’

Terug in de Conradstraat vraag ik aan de huidige bewoner van het portiersgebouwtje wat hij gaat doen. ‘I don’t go, you don’t go’, zegt hij. ‘Never, never go.’

    [De Groene Amsterdammer, 13-07-1988, © Rokus Hofstede]
Print Friendly, PDF & Email