Ole

Deens schilder, actief in het midden van de 20ste eeuw. Liep begin jaren ’50 op IJsland scheurbuik op, waarna een al oude tuberculose werd gediagnosticeerd. Ole bracht daarop enige jaren in een Deens sanatorium door, op Jylland, nabij het stadje Harsted. Daar sloot hij vriendschap met een van de oprichters van COBRA, de Belg Christian Dotremont, eveneens tbc-lijder. In zijn sanatoriumtijd maakte Ole vrijwel abstracte tekeningen, die deden denken aan radiografieën van tbc-longen – enkele ervan verkocht hij aan een Deens bankier. Hij had toestemming gekregen om in het lijkenhuis te schilderen, waar hij de middagen doorbracht.

Ole liet zich dikwijls verleiden tot wijdlopige esthetische verhandelingen over abstractie en figuratie en over de schoonheid en lelijkheid van IJslandse landschappen, die volgens hem zelf abstract waren. ‘Kunstenaars zijn als ratten die het schip verlaten vóór het zinkt. Ratten hebben gevoeliger pootjes dan andere dieren, zoals kunstenaars gevoeliger handen hebben,’ verkondigde hij. Naar zijn mening was de Amerikaanse schilderkunst zo goed als onbestaand. Na het zien van een expositie in Kopenhagen besloot hij dat de Amerikanen ratten zonder poten waren. Of Ole van zijn tuberculose genas en zijn artistieke zoektocht voortzette, is niet bekend, wel dat rode kool gold als zijn lievelingsgerecht.

  • Christian Dotremont, La pierre et l’oreiller, 1955

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email