Léopold

Frans miniaturist (†25 mei 1887). Telg van een adellijk geslacht. Volgde met enig succes tekenstudies. Na een vermeende incestueuze relatie met een halfzus sloot hij zich aan bij een expeditie naar Afrika. In Tanganyika, waar tweehonderd expeditieleden onder gruwelijke omstandigheden om het leven kwamen, onderscheidde hij zich door zijn onbaatzuchtige heldendom. Bij zijn terugkeer uit Afrika bleek zijn familiefortuin spoorloos verdwenen. Uit weerzin tegen het kunstklimaat van zijn tijd stortte hij zich op de vergeten kunst van het miniatuurschilderen. Hij maakte zich de gehele ontwikkeling van die middeleeuwse esthetische traditie eigen, van de eenvoudige uncialen van Merovingische monniken tot de geraffineerde prenten van Van Eyck, Cimabue en Orcagna. Vele dagen bracht hij door in de Bibliothèque Nationale met de studie van oude handschriften, evangeliaria, sacramentaria en getijdenboeken. Hij reisde naar Veneti‘ met geen ander doel dan de studie van het miraculeuze brevier van Grimani, waaraan Memling zou hebben bijgedragen en waardoor Dürer geïnspireerd werd. Toch reproduceerde hij nooit simpelweg het werk van zijn middeleeuwse voorgangers. Léopold geldt als een belangrijk vernieuwer van de verluchtingskunst; zijn bizarre, verrassende miniaturen maakten zich geleidelijk aan los van de tekst die ze geacht werden te illustreren. Hij bediende zich uitsluitend van de gouachetechniek, waarbij hij de heftigheid van zijn kleurreliëfs accentueerde door middel van een vernis van eigen makelij, die aan zijn miniaturen de glans en de consistentie van email gaven. In een kroniek die de reputatie van de illuminator vestigde, sprak Barbey d’Aurevilly van een ‘style Léopold’.

Léopold sloot vriendschap met de katholieke pamfletschrijver Marchenoir na kennisneming van een artikel van diens hand waarin de strengste lijfstraffen werden geëist voor de miniaturist. Die dreigde immers, met voorbijgaan aan alle moderne verworvenheden, een dode kunst nieuw leven in te blazen, een kunst waarvan zakenlieden nog nooit hadden gehoord. Léopold ontdekte bij die gelegenheid de grote affiniteit die zijn eigen werk had met het vehemente, kleurrijke sarcasme van Marchenoir, de ‘Groot-Inquisiteur’. Net als Léopold was Marchenoir een nostalgicus die in Parijs een kluizenaarsbestaan leidde. Van hem erfde hij het belijdende christendom, en hij was het ook die hem kennis deed maken met de vrouw aan wie hij het weinige aardse geluk dankte dat hem beschoren was. Enige maanden na de tragische dood van Gacougnol [zie aldaar], trad Léopold in het huwelijk met Clothilde Maréchal. Zijn miniaturen uit die tijd, de laatste die hij maakte, zijn veel minder hoekig en fel van kleur dan die uit zijn vroege periode. Alles vervloeide tot een diffuse aquatint – totdat duidelijk werd dat Léopold zijn kunst moest opgeven vanwege beginnende blindheid. Terzelfdertijd stierf Marchenoir, niet lang daarna gevolgd door Léopolds enige kind Lazare. Het zwaarbeproefde echtpaar, achtervolgd door onheil en armoede, restte slechts de zorg voor hun graven. Léopold zelf kwam om tijdens de brand in de Opéra-Comique, op 25 mei 1887, terwijl hij vrouwen en kinderen redde uit de vuurzee. Iemand beweerde hem te hebben gezien terwijl hij, rechtop en met zijn armen over elkaar, opging in de vlammen. Clothilde sleet de haar overblijvende levensdagen als bedelnon. Men meende dat zij krankzinnig was. ‘Alles wat gebeurt is wonderbaar’, prevelde zij zonder ophouden.

  • Léon Bloy, La Femme pauvre, 1897 [RH]


[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email