Onwaarschijnlijk monsterachtig

De eerste zin van Kafka’s Die Verwandlung blijft fascinerend, en erg lastig te vertalen vanwege het ‘ungeheuere Ungeziefer’ waarin de hoofdpersoon, Gregor Samsa, op een ochtend blijkt te zijn veranderd:

Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.

Door veel vertalers is van dat ‘Ungeziefer’ maar gewoon een kever gemaakt, want daar doet de beschrijving van het beest het meest aan denken, al betoogt Midas Dekkers dat het om een pissebed moet gaan. Maar niet alleen is de invulling van het soort beest een brute vervlakking (Kafka geeft er nu juist géén biologisch correcte naam aan), ook de poëzie van de beginzin wordt er in één keer door platgeslagen. Vandaar ook dat ik met interesse las wat Gerda Meijerink, die deze novelle heeft hervertaald samen met Willem van Toorn, erover zegt in het verslagje van een recente Vertalersgelukavond in Groningen:

In de eerste zin van Kafka komt Gregor Samsa op een ochtend tot de ontdekking dat hij in een Ungeziefer is veranderd. Wat altijd in het Nederlands is vertaald als ongedierte. Maar ongedierte is meervoud, dus dat is niet juist. Daarop hebben we het vertaald in vies beest. Later heeft een vertaler er ondier van gemaakt, wat een bestaand Nederlands woord is. Maar niet mijn voorkeur heeft.

‘Ondier’ is inderdaad niet erg geslaagd, vooral omdat het iets anders betekent, maar ‘vies beest’? Meijerink en Van Toorn drukken Gregor de bril van de lezer op, die in gedachten inderdaad een vies beest voor zich ziet. Maar nergens blijkt dat Gregor zichzelf ‘vies’ of ‘eng’ vindt, na het ‘ungeheuere Ungeziefer’ wordt de beschrijving van het beest zelfs volstrekt fotografisch en objectief: juist de afwezigheid van afkeer of angst uitdrukkende adjectieven maakt de tekst zo krachtig.

Hoe dan verder? Misschien wel heel eenvoudig. Een blik in Van Dale leert namelijk dat het woord ‘gedierte’ ook voor één dier kan worden gebruikt, ‘in ’t bijzonder in verband met de indruk die het op ons maakt’: ‘Wat een wonderlijk gedierte kruipt daar op de vloer.’ Dat moet dus ook voor ‘ongedierte’ kunnen, en inderdaad komt dat volgens het WNT ook als enkelvoudig begrip voor, bij Huygens bijvoorbeeld: ‘Hy is een ongediert in menschelicken schijn.’ Het Duitse ‘Ungeziefer’ is doorgaans trouwens ook meervoudig, zo heeft Thomas Mann het in Felix Krull over een ‘Sofa, das von beissendem sowohl wie stechendem Ungeziefer wimmelte.’ Nederlands en Duits lopen bij dit woord mooi gelijk op.

En ‘ungeheuer’? Dat betekent ‘enorm groot’, al klinkt ook het etymologisch verwante zelfstandig naamwoord ‘Ungeheuer’ (monster) er sterk in door. Maar het belangrijkste lijkt me de opvallende vormovereenkomst van ‘ungeheueren’ met ‘Ungeziefer’: zelfde woordlengte, twee keer een beklemtoond un- voorop. In het Nederlands kunnen we dat herhalingseffect bereiken met ‘ontzaglijk’ (juiste betekenis, maar helaas geen nadruk op de eerste lettergreep, en een lettergreep te kort), en misschien nog wel beter met ‘onwaarschijnlijk’ (juiste klemtoon, juiste aantal lettergrepen, zij het met een iets andere betekenis, waarin het monsterlijke wat meer doorklinkt) of zelfs met ‘monsterachtig’ (juiste klemtoon en aantal lettergrepen, treffende betekenis en toch ook een on-klank erin). Dus als ik Die Verwandlung ooit nog eens ga vertalen, zou mijn beginzin er zo kunnen uitzien, met het ongedierte helemaal op het eind om het effect nog te versterken:

Toen Gregor Samsa op een morgen wakker werd uit onrustige dromen, bleek hij in bed veranderd in een monsterachtig ongedierte.  

[Naschrift: ik blijk niet de eerste te zijn die met ‘monsterachtig ongedierte’ komt, want ik zie nu dat die combinatie al wordt gebruikt in de vertaling van N. Brunt uit 1944. Des te beter!]

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.