Ondraaglijk lijden

‘Philippe Claudel’, lezen we op het omslag, ‘auteur van Grijze zielen’, en daaronder de titel: Zonder mij. Meeliften op het succes van een bestseller door het in vertaling uitbrengen van ouder werk, het is een begrijpelijke poging om de bij de lezer gewekte nieuwsgierigheid te bevredigen, maar niet zonder risico: wat als het met terugwerkende kracht uitgebrachte boek niet in de schaduw kan staan van het boek dat alom wordt bejubeld?

Het vorig jaar verschenen Grijze zielen was een meeslepende roman over het niemandsland van misdaad en moraal, tegen de achtergrond van het niemandsland van de Eerste Wereldoorlog. Uit het zopas gepubliceerde Zonder mij blijkt opnieuw Claudels voorliefde voor de universele thema’s van dood en liefde, en voor een ik-figuur die uitnodigt tot onmiddellijke identificatie. Nog een opvallende overeenkomst is het motief van de in het kraambed gestorven geliefde, en de poging om woorden te vinden voor de ontreddering van de weduwnaar.

Claudels hoofdpersoon lijdt aan de wereld. De overdaad aan gemediatiseerde ellende, het vulgaire egocentrisme van zijn tijdgenoten drijft hem tot wanhoop. De filter van het verdriet om zijn overleden vrouw vergroot die wanhoop tot ondraaglijke proporties. In een monoloog aan zijn tweejarige dochter schetst hij een panorama van hedendaags verval en verdorvenheid. Hij wil niet meer leven. Pas door de confrontatie, in het ziekenhuis waar hij werkt, met een vrouw wier dochter is doodgereden, komt hij tot het louterende inzicht dat zijn eigen dochter een vader verdient.

Zonder mij bevestigt het verteltalent en het compositorische vermogen van Claudel, maar kan niet tippen aan Grijze zielen. Door een karikaturale voorstelling van de kwalen van onze tijd wordt de zuiverheid van de vader-dochterrelatie al te zwaar aangezet. Dat het vaderinstinct uiteindelijk zegeviert komt niet als een verrassing. Behalve aan sentimentaliteit gaat Zonder mij ook mank aan een nogal gemakkelijk cultuurpessimisme. Claudel voert een galerij van plebejische figuren ten tonele die de moderniteit belichamen: een acid slikkende, zesvoudig gepiercete babysitter, een naar hooliganisme en porno hunkerende collega, een nimfomane serveerster, een gewelddadige Maghrebijnse belhamel. Al deze figuren bezigen geestloze varianten van argot en turbotaal, waardoor de lezer slechts de weinig verheffende conclusie kan trekken dat de hoofdpersoon zich ver verheven voelt boven het gepeupel. In de soepele, soms al te soepele vertaling verwatert die jongerentaal overigens tot vlakke platpraterij, zoals blijkt uit het gebruik van het uniforme ‘klootzak’ voor een kleurrijk palet aan Franse verwensingen.

Claudel is zich bewust van de karikaturale contrasten waarop Zonder mij is geconstrueerd, blijkens een recent interview (25-02-05) in de Volkskrant. Het was zijn bedoeling de roman op die manier de trekjes van een eigentijdse parabel te geven, zoals ook het geval is in de romans van Michel Houellebecq. Maar anders dan in bijvoorbeeld De wereld als markt en strijd maakt zijn hoofdfiguur geen deel uit van wat hij verkettert. Hij is, integendeel, een icoon van zuiverheid in een bezoedelde wereld. De beklemming van De wereld als markt en strijd ontbeert Zonder mij dan ook ten enenmale, zoals het ook de morele dubbelzinnigheid ontbeert die Grijze zielen tot zo’n sterke roman maakten.

Zonder mij is de vingeroefening van een groot talent. Voorlopig blijft Philippe Claudel de auteur van dat ene boek.

  • Philippe Claudel, Zonder mij, vertaald uit het Frans door Manik Sarkar, De Bezige Bij, 2005.

[de Volkskrant, 25 maart 2005, © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email