De taal van het geweld (en omgekeerd)

Het is een vreemde titel voor een ‘roman’, zoals de genreaanduiding op de titelpagina luidt. Histoire de la violence: het klinkt eerder als een handboek of een wetenschappelijke studie, een historisch-filosofische analyse in de trant van Michel Foucaults Histoire de la folie (Geschiedenis van de waanzin, 1972) en Histoire de la sexualité (Geschiedenis van de seksualiteit, 1976-1984). Maar dat is het niet. De tweede roman van Édouard Louis (1992) vertelt een zeer nauwkeurig afgebakend, individueel verhaal, de geschiedenis van één geval van geweld, waarvan we algauw begrijpen dat het voor de schrijver en hoofdpersoon hét geweld is: het geweld dat hem is overkomen en dat zijn leven heeft veranderd.

> Lees verder

Waaghals, oorlogsheld, brokkenpiloot: Antoine de Saint-Exupéry  

Weinig boeken spreken zozeer tot de algemeen-kinderlijke verbeelding. Sterker nog, geen enkel boek behalve de Bijbel is in zoveel talen en dialecten vertaald (ongeveer 300, waaronder Chaucer’s English en Drents) en zo vaak over de toonbank gegaan (ongeveer 150 miljoen keer). Niet Dan Brown, Agatha Christie of J.K. Rowling is verantwoordelijk voor dat commerciële huzarenstukje, maar Antoine de Saint-Exupéry, wiens naam waarschijnlijk voorgoed verbonden zal blijven aan dat ene boekje: Le Petit Prince – oftewel De kleine prins, zoals de titel van de recente Drentse vertaling luidt.

> Lees verder

Hondstrouwe vertaalvrijheid: de Anna Karenina van Hans Boland

Ongelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een gelukkig gezin is dat altijd op zijn eigen manier.

Er bestaan geen statistieken van, maar de kans dat bovenstaande zin bij de gemiddelde hoger opgeleide Nederlander wel ergens een belletje doet rinkelen, lijkt me behoorlijk groot. Een flink stuk lager schat ik de kans in dat diezelfde Nederlander meteen beseft dat dit de beginzin van Anna Karenina is, en dan ook nog in een verminkte vorm. De termen zijn voor deze speciale gelegenheid namelijk omgedraaid: volgens Tolstoj (of diens verteller) lijken juist gelukkige gezinnen allemaal op elkaar en neemt alleen ongeluk individuele trekken aan.

> Lees verder

Krenten in de pap: nieuwe Baudelairevertalingen van Paul Claes

‘Wij van Claes adviseren Claes’

Met dat motto typeerde Vincent Hunink, veelgeprezen vertaler van onder anderen Tacitus en Seneca, ooit de basishouding van zijn al even veelgeprezen collega Paul Claes. ‘Paul Claes kan er geen genoeg van krijgen. In artikel na artikel verdedigt hij zijn eigen vertalingen via kritiek op andermans werk’, schreef Hunink in het vertaaltijdschrift Filter, en er zijn inderdaad nauwelijks auteurs te bedenken die Claes heeft vertaald zónder zijn voorgangers (en opvolgers, denk aan de Joyce-vertalers Henkes en Bindervoet) te bekritiseren.

> Lees verder

Nobelprijs voor Patrick Modiano: een machtig fluisteraar bekroond

Niet Huraki Murakami, niet Ngũgĩ wa Thiong’o, niet Philip Roth of Milan Kundera. Met zijn verrassende keuze voor de Franse schrijver Patrick Modiano (1945) heeft het Nobelprijscomité gisteren opnieuw de grote favorieten voor ’s werelds grootste literatuurprijs gepasseerd – waarbij moet worden aangetekend dat de favorieten bijna nooit winnen en dat Modiano wel degelijk in sommige top-tiens van kanshebbers stond.

> Lees verder

‘Onze eeuwige tijdgenoot’: Roger Martin du Gard

De veertienjarige Jacques Thibault is van huis weggelopen samen met zijn boezemvriend, Daniel de Fontanin. Daniels jongere zusje Jenny ligt met hoge koorts op bed en de bezoekende artsen, onder wie Jacques’ negen jaar oudere broer Antoine Thibault, hebben haar opgegeven: meningitis. Dan verschijnt de huisvriend en gebedsgenezer James Gregory ten tonele, en na een absurd bezweringsritueel gebeurt het onmogelijke: het meisje valt rustig in slaap en is gered.

Het is een verbluffende scène. De schrijver ervan, de latere Nobelprijswinnaar Roger Martin du Gard (1881-1958), geeft er geen enkel commentaar op, je kunt alleen maar gissen of er ironie in het spel is.

> Lees verder