Alain Badiou, De ethiek. Essay over het besef van het Kwaad (fragment)

Als een beeld uiteenvalt en de trouw in crisis raakt, wordt het enige maxime van de consistentie, dus van de ethiek – ‘doorgaan!’ – steevast zwaar op de proef gesteld. Doorgaan, wanneer je het spoor bijster en niet meer in het proces ‘betrokken’ bent, wanneer het evenement zelf verduisterd raakt, wanneer de naam ervan zoek is of misschien wel de naam van een dwaling, ja van een simulacre lijkt te zijn.

Want simulacres hebben een krachtige, katalyserende invloed op crises. De opinie fluistert mij toe (en dus fluister ik mezelf toe, want ik sta nooit buiten de opinies) dat mijn trouw weleens een op mijzelf uitgeoefende vorm van terreur zou kunnen zijn, en dat de trouw waaraan ik trouw ben veel, te veel gelijkenis vertoont met een of ander geïdentificeerd Kwaad.… > Lees verder

Alain Badiou en het Kwaad

Wie lang genoeg op hetzelfde aambeeld hamert, wordt vanzelf een rumoermaker. Iets dergelijks lijkt aan de hand te zijn met de Franse filosoof Alain Badiou (Rabat, 1937). Sinds enige tijd is er ontegenzeglijk sprake van een Badiou-hausse, en toch doet wat Badiou te vertellen heeft in zekere zin gedateerd aan. Vanuit de optiek van zijn filosofie is dat laatste trouwens geen diskwalificatie. Badiou neemt het op voor ‘waarheden’, en die hebben onder meer als eigenschap dat ze, hoe situatie-gebonden ook, voor iedereen gelden en eeuwig zijn.… > Lees verder