Niemand, Willy

Zwitsers beeldend kunstenaar, actief tussen 1950 en 1980. Begonnen als graficus, maakte hij veelbesproken affiches voor Swissair en Nestlé. Omstreeks 1960 stapte hij over op de schilderkunst. Hij bracht twee jaar door in de Verenigde Staten en onderging de invloed van minimal art en poor art. Uit die tijd stamt zijn reputatie van mensenhater en cynicus. ‘Musea worden bemand door conservatoren. Ik stel de oprichting voor van een korps van destructoren. En ik houd me aanbevolen voor de meest prestigieuze functie: vernietiger van rijksmusea.’ In 1963, ten tijde van de moord op Kennedy, lanceerde hij zijn envelopments, menselijke vormen in gemummificeerde toestand. Ze werden tentoongesteld in Dallas in 1964 en hadden een ongekend succes. Na een expositie in New York gold het dat ‘…de Savonarola van het Berner Oberland New York heeft veroverd’. Zijn ‘omhullingen’ ontlokten André Malraux de uitspraak: ‘Hij heeft de liggende doden uit de kathedraal van Saint-Denis omwikkeld met het plastische lijkgewaad van zijn Tijd.’ Ofschoon hij maar een twintigtal envelopments vervaardigde, bleef zijn naam er lang mee geassocieerd. Halverwege de jaren ’60 werd Niemand opgenomen in de stal van de Parijse Galerie Falkenberg. Zijn vriendschap met de schilder Burgonde [zie aldaar], in meer dan een opzicht zijn tegenpool, was ambivalent: hij had ontzag voor hem, maar hield hem tegelijkertijd voor een hopeloos fossiel.

Aanvankelijk leek Niemand met zijn ‘anti-kunst’ deel uit te maken van de culturele underground. Niettemin distantieerde hij zich van de revolutionaire studentenbeweging en verdedigde hij de ‘bourgeoiskunst’: ‘Ik hoop dat mijn galeriehouders veel mensen bij de neus zullen nemen en veel geld zullen verdienen.’ Zijn credo: ‘Flauwekul – dat is het serieuze werk.’ Op 22 maart 1968, de dag dat in Nanterre de studentenbeweging voor het eerst luidruchtig van zich deed spreken, organiseerde Galerie Falkenberg in Parijs, bij de bekende verzamelaar baron Buchs, een schandaleuze performance. Tijdens de ‘openbare schildering’ bewerkte Niemand een achttal schilderijen met een bijtend zuur: hij urineerde op de door schaarsgeklede waternimfen omhooggehouden doeken, onder het klinken van flamenco-muziek. De resultaten werden door galeriehoudster Baby Demos omschreven als ‘zuivere provocaties’. Ondanks zuinige kritieken (‘Niemand: De Manneken Pis van de moderne kunst’), kreeg zijn naam een enorme bekendheid. Zijn ‘bunker’ in het Provençaalse Saint-Rémy, een buitenhuis in de vorm van een atoomschuilkelder, voedde zijn explosieve reputatie. Society-journalisten maakten jacht op de ongrijpbare misantroop.

In de winter van ’68 verscheen er een sensationeel interview in het Amerikaanse blad Millionaire, vergezeld van naaktfoto’s van een zonnebadende Niemand; in de zomer van ’69 werden in hetzelfde blad foto’s van groepsseksscènes afgedrukt waarbij Niemand betrokken was. ‘Ik heb mij nooit aan tegennatuurlijke activiteiten gewijd, en al helemaal niet aan slechte schilderkunst. Obsceen vind ik alleen het werk van sommige kladschilders aan de Academie voor Schone Kunsten,’ verdedigde hij zich. Collectieve orgasmes zouden moeten worden bewerkstelligd door in het openbaar de liefde te bedrijven met het kunstwerk. Niemand voegde de daad bij het woord. Le Figaro meldde begin 1969 de vervaardiging van een film, onder regie van schilder-filmmaker Holloway, medestander van Andy Warhol en lieveling van de New Yorkse radical chic, uitgebracht onder de titel Cum, in Frankrijk L’Éjaculateur, een titel die de lading volledig dekt. Niemand ontkende in alle toonaarden te hebben meegewerkt aan Holloways film, waarop de Franse zedenpolitie hem met rust liet. De reeks doeken, getiteld Ejaculaties, brachten twintigduizend tot dertigduizend dollar per stuk op.

In 1976 werd Niemand verkozen tot lid van de Franse Academie voor Schone Kunsten. De reportage die het blad Vogue in het voorjaar van 1976 wijdde aan zijn inhuldiging, overtrof in lengte alle andere artikelen van het betreffende nummer.

  • François Nourissier, L’Empire des nuages, 1981

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email