Soti, Charles

Frans schilder, actief in het einde van de 20ste eeuw. Bewoonde een gerenoveerd kasteel op het Franse platteland. Viel ondanks de nagenoeg ideale scheppingsvoorwaarden die daar heersten regelmatig ten prooi aan creatieve crises. Die crises bestonden voornamelijk uit wachten, zoals hij het zelf uitdrukte, ‘op de ideale samenkomst van licht, muziek en ongeduld’. De zuivere verwachting van een vorm zou de illusie van de zuivere vorm moeten opwekken. Hij wachtte op een noodzakelijk kunstwerk. Aldus ontstond Duimschildering no. 1. Een wesp, die in een pot blauwe verf was gevallen, liet sporen na op het lege doek; de blauwe wesp daagde hem uit tot cirkels en vegen. Voordat de wesp stierf, stak hij de schilder in zijn duim. Soti goot eerst beige over het blauw, vervolgens wit, en maakte met zijn met witte verf ingesmeerde, pijnlijk gezwollen duim afdrukken over het doek. Daaroverheen trok hij vanuit de linkerbovenhoek een langwerpige, verticale witte vorm en vanuit de rechterbenedenhoek een kortere, horizontale zwarte vorm. Na deze twee toevoegingen beschouwde hij het schilderij als voltooid. Voor Soti was de angst dat een werk nooit af zou raken groter dan de angst dat het af was.

De intimistische atelierbeschrijvingen van Soti’s vriend Christian Gailly, romanauteur, droegen niet weinig bij aan het bestendigen van zijn artistieke reputatie en zelfs, ja zelfs aan het overwinnen van zijn creatieve crises.

  • Christian Gailly, L’air, 1991

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email