web analytics

D’Angelo, Lorenzo (bijgenaamd: Lorentino)

Italiaans schilder (geb. in Arezzo, Italië, 15de eeuw), pupil van Piero della Francesca. Droeg samen met onder meer Melozzo da Forlì bij aan Piero’s fresco’s in de Bacci-kapel van de San Francesco-basiliek in Arezzo (Geschiedenis van het Heilige Kruis), die beschouwd worden als diens meesterwerk. Nam omstreeks 1460 deel aan een door de stad Siena uitgeschreven prijsvraag, gewonnen door Da Forlì, die later bekendheid verwierf met een monumentaal fresco van Paus Sixtus IV.

Van Lorentino is geen enkel werk overgeleverd. Zijn naam wordt terloops genoemd in de beroemde Vite (1550) van Vasari, in een klein terzijde bij ‘Het leven van Piero della Francesca’.… > Lees verder

Pierre Michon, Rimbaud de zoon, (fragment)

Ik kom terug op de gare de l’Est. Ik kom terug op die eerste Parijse dagen waarin misschien voor Rimbaud alles in drie korte bedrijven werd beslist: de ogenblikkelijke reputatie dat hij een zeer groot dichter was, het scherpe besef van de ijdelheid van een reputatie, en de opzettelijke verwoesting van die reputatie.

Er waren nog anderen dan Verlaine. Want we weten dat hij in september nog maar net aangekomen in Parijs door Verlaine werd meegetroond naar van die drankhuizen, van die drankholen, waar ’s avonds boven marmeren tafeltjes gloria’s en pijpen dampten, bierglazen schuimden, couranten werden opengeslagen, en achter bierglazen en couranten waren er in het karige blauwe gaslicht dichtersbaarden, dichtersposes, geveinsde onverschilligheidjes, geveinsde grapjes en dichtersogen die je zagen aankomen uit Charleville.… > Lees verder

De bodemloze put in de dichter

De Franse Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot heeft vanaf het begin de wind niet mee gehad. Het project kreeg niet veel aandacht in de pers, en van de weinige kritieken bleven vooral de negatieve geluiden naklinken, zoals: de succesformule van de Russische Bibliotheek laat zich niet zomaar transplanteren naar een ander taalgebied, de geselecteerde titels zijn te onbekend, de vertalingen zijn niet goed – kortom, zet de reeks maar stop, meneer Van Oorschot.

Zo’n ambitieus project is natuurlijk een gemakkelijk doelwit. Inderdaad valt er best wat aan te merken op de keuze van bepaalde titels of de kwaliteit van sommige vertalingen, maar laten we vooral niet vergeten dat bij andere uitgeverijen vaak veel beroerdere Franse boeken verschijnen.… > Lees verder

Pierre Michon, De hengelaars van Castelnau, (fragment)

Tussen Les Martres en Saint-Amand-le-Petit ligt het oude dorp Castelnau, aan de Grande Beune. In 1961 werd ik in Castelnau benoemd; ook duivels worden benoemd, neem ik aan, in de lagere Hellekringen; en al bokkesprongen makend vorderen ze naar het gat van de trechter zoals wij afglijden naar ons pensioen. Ik was nog niet helemaal op het laagste punt beland, het was mijn eerste standplaats, ik was twintig. Er stoppen geen treinen in Castelnau, het is ver van de wereld; autobussen die ’s ochtends uit Brive of Périgueux zijn vertrokken lossen je er laat op de dag, aan het eind van hun ronde.… > Lees verder

‘Je sentais la sacristie’: Pierre Michon et le Très-Haut

Dieu s’est absenté. La sécularisation progressant depuis des siècles, l’Église a perdu son ascendant quasi-naturel sur les hommes; selon la formule de Max Weber, le monde occidental s’est “désenchanté”. La plupart des hommes n’énoncent plus le sacré dans leurs paroles de tous les jours ; ce qui les dépasse, les terrifie ou les rassure, les inspire, ils ne l’attribuent plus à une divinité nommable.

C’est pourtant Lui que Pierre Michon convoque dans ses livres, depuis Vies minuscules (1984) jusqu’à La Grande Beune (1996), en passant par Maîtres et serviteurs (1990) et Rimbaud le fils (1991). Que ce soit à propos de la vie de paysans illettrés ou de celle de peintres et d’écrivains, Michon évoque ou en appelle à Dieu – sous des espèces très diverses.… > Lees verder

Pierre Michon, Meesters en knechten (fragment)

Dat hij niet alle vrouwen kon krijgen had hem, in zijn jeugd, getroffen als een grof schandaal. Begrijp me goed – zelf kan hij niet meer worden gehoord. Het ging niet om het verleiden; hij had succes gehad, zoals elke man, bij die twee, zeven, dertig of honderd vrouwen die aan elke man zijn toebedeeld, afhankelijk van zijn gestalte en zijn gelaatstrekken, zijn esprit. Nee, wat hem razend maakte, op straat, in de coulissen en de winkeltjes, aan de tafel van allen die hem ontvingen, bij de vorsten en in de tuinen, overal kortom waar vrouwen verkeren, was dat hij niet naar willekeur over een van hen – echtgenote van een mecenas, jong meisje of oude lichtekooi – kon beschikken, haar met zijn vinger kon aanwijzen, waarop zij zou komen en meteen gewillig zou zijn, en hij, na haar ter plekke neergegooid ofwel naar elders meegevoerd te hebben, zijn lust meteen zou bevredigen.… > Lees verder