Encyclopédie, artikel ‘Monnikskap’

MONNIKSKAP, kledingstuk dat wordt gebruikt door de bernardijnen, de benedictijnen enzovoort. Er zijn twee typen monnikskap: een witte, zeer wijde, die men bij ceremoniële gelegenheden draagt, en een zwarte, die deel uitmaakt van het gewone habijt.

Mabillon[ref]Jean Mabillon (1632-1707), Franse benedictijn, auteur van talrijke historische, filosofische en religieuze geschriften.[/ref] beweert dat de monnikskap en de scapulier oorspronkelijk één en hetzelfde ding waren. Maar de auteur van de apologie van keizer Hendrik IV onderscheidt twee soorten monnikskap: de ene was een gewaad met mouwen dat het lichaam van hoofd tot voeten bedekte, en dat men droeg op belangrijke dagen en bij belangrijke gelegenheden; de andere was een soort schoudermanteltje voor alledaags gebruik. Die laatste werd scapulier genoemd, omdat hij alleen het hoofd en de schouders bedekte.[ref]Scapula: Latijn voor schouder of schouderblad.[/ref]

De term monnikskap wordt meer in het algemeen gebruikt als benaming voor een stuk ruwe stof, geknipt en genaaid in de vorm van een kegel of met een afgeronde punt, waarmee de kapucijnen, recollecten, kordeliers en andere bedelorden hun hoofd bedekken.

De monnikskap vormde ooit de aanleiding tot een grote oorlog onder de kordeliers. De orde raakte verdeeld in twee facties, de spirituelen en de conventuelen. De ene groep wilde een nauwsluitende monnikskap, de andere een wijde. De vurige, hevige twist duurde langer dan een eeuw en werd met grote moeite beëindigd door de bullen van vier pausen, Nicolaas IV, Clemens V, Johannes XXII en Benedictus XII. De geestelijken van de orde denken tegenwoordig vol afkeuring aan dat geschil terug.

Toch twijfel ik er niet aan dat iemand die het nu in zijn hoofd zou halen de leer van Duns Scotus te behandelen zoals ze verdient, een geduchte strijd zou moeten uitvechten en een flinke scheldpartij te verduren zou krijgen, ook al zijn de beuzelarijen van de Doctor subtilis een nog minder belangrijk onderwerp dan de puntkap van zijn volgelingen.[ref]De Schotse franciscaan Johannes Duns Scotus (1266?-1308), bijgenaamd ‘Doctor subtilis’, was een van de voornaamste middeleeuwse wijsgeren.[/ref]

Maar zou een kordelier met gezond verstand niet met recht tegen de anderen kunnen zeggen: ‘Me dunkt, broeders, dat het sop de kool niet waard is: de beledigingen die wij ons laten ontvallen maken de muggenzifterijen van Duns Scotus er heus niet beter op. Als we afwachten tot de verstandige filosofie, waarvan het licht zich overal verbreidt, iets verder in onze kloosters is doorgedrongen, misschien vinden we dan de hersenschimmen van onze doctor wel even belachelijk als de halsstarrigheid van onze voorgangers ten aanzien van de afmetingen van onze monnikskap.’ Zie KORDELIER.

[Diderot, Encyclopédie, artikel ‘Capuchon’, verschenen in Cyrille Offermans (ed), Het licht der rede: de Verlichting in brieven, essays en verhalen. Amsterdam: Contact, oktober 2000. Vertaling © Martin de Haan.]

Print Friendly, PDF & Email