Het genot dat we aan de dingen beleven (slot)

Ruim een jaar na onze uitgebreide discussie over La Rochefoucaulds maxime 48 (zie de vorige twee posts, hier en hier) plaatste ik in de ‘Drafts’ van de inmiddels actieve maximensite een nieuw (niet meer te achterhalen) vertaalvoorstel. Nadat we met enige moeite de oude gedachtewisseling hadden teruggevonden, pakten we de draad weer op:

HOF: Martin, als ik onze correspondentie herlees kan ik je redenering goed volgen. Maar helaas willen de vertalingen die je voorstelt, ‘Genot ligt in de smaak’ / ‘Genot komt uit de smaak’, er bij mij nog steeds niet in, het spijt me oprecht. Hoe je het ook wendt of keert, zowel ‘genot’ als ‘smaak’ brengen semantische verschuivingen met zich mee – want het gebruik van die woorden valt niet naadloos samen met dat van ‘félicité’ en ‘goût’. Ik blijf erbij dat de overgrote meerderheid van Nederlandstalige lezers die zinsopening zal opvatten als vertaling van de ervaring dat wat we lekker vinden ons genot verschaft. Bij ons zou een boektitel als De smaakoorlog in eerste instantie aan iets anders doen denken dan aan cultuur. Helpt het iets als je het lidwoord laat vallen? ‘Genot komt uit smaak’? Zou ‘félicité’ te vertalen zijn met ‘vreugde’ oid? Is het mogelijk om om het woordelijke ‘smaak’ heen te vertalen zonder het radicale subjectivisme van La R. te verliezen, dwz de idee dat de bron van vreugde niet in de dingen ligt maar in onze voorafgaande voorkeuren voor welbepaalde dingen? Ik heb op dit moment geen concreet voorstel tot verbetering, maar ik zou je graag willen aanmoedigen om te blijven zoeken!

HAAN: Ik zat net in de auto ook nog over het zinnetje te peinzen. Ik denk nog altijd dat jouw taalgevoel bij het woord ‘smaak’ idiosyncratisch is, de woordenboeken lijken in elk geval mijn eigen taalgevoel te ondersteunen, maar het woord ‘genot’ gaat hier fout, en de combinatie met smaak ook. Maar de winst is dat we het nu eens zijn over de interpretatie: ‘de idee dat de bron van vreugde niet in de dingen ligt maar in onze voorafgaande voorkeuren voor welbepaalde dingen’, dat is precies wat ik erin lees. Dus ik denk/zoek nog even verder. Het tweede deel is al goed, denk ik.

HOF: Wat de woordenboeken betreft, het betekenisveld van ‘goût’ is beduidend breder dan dat van ‘smaak’, dat heb ik ook al eerder in de discussie gezegd; een snelle vergelijking van woordenboeken volstaat om dat te constateren. Dus de idiosyncrasie ligt volgens mij eerder bij jou; ‘smaak’ in de zin van ‘neiging’, ‘voorkeur’, wordt in het Nederlands alleen in specifieke contexten gebruikt, of in een staande uitdrukking als ‘smaken verschillen’; terwijl ‘goût’ alomtegenwoordig is in het Frans, in elk geval veel gebruikelijker dan ‘smaak’ bij ons in de algemene zin van ‘neiging’, ‘voorliefde’, ‘voorkeur’ cq ‘kunstzin’.

HAAN: Met jouw inschatting van onze respectieve idiosyncrasieën ben ik het uiteraard oneens, maar daar zijn het idiosyncrasieën voor. Het enige verschil tussen het Franse ‘goût’ en het Nederlandse ‘smaak’ is volgens mij dat je in het Frans wel kunt zeggen ‘un goût pour qqc’ en in het Nederlands niet. Maar verder hebben de woorden dezelfde betekenisrijkdom. Bij een normale zin zonder enige context als ‘Ik heb een andere smaak’ denkt toch niemand aan smaakpapillen? Maar laten we hierover ophouden, het is pure herhaling van zetten en die leidt zoals bekend tot remise. We zijn het eens over de interpretatie van de zin, we zijn het erover eens dat de vertaling nog niet goed is, en ik denk verder!

HOF: Misschien is juist de in het Frans mogelijke toevoeging ‘pour quelque chose’ nu net wat ‘goût’ hier minder vreemd maakt dan ‘smaak’: ‘La félicité est dans le goût (qu’on a pour qqch.)… etc.’ Goed, denk jij verder. Voor 2028 moet je de ideale oplossing hebben gevonden!

Daarna bleef het weer even stil, tot ik in het Grand Atelier de la langue française (een onvolprezen cd-rom met veertien belangrijke historische woordenboeken) ontdekte dat ‘félicité’ in het 17de-eeuwse Frans kennelijk een iets andere betekenis had dan de huidige betekenis van ‘geluk(zaligheid)’: het begrip duidde vooral op voldoening, tevredenheid (in de zin dat je hebt wat je wilt). Dat hielp, omdat het verband tussen de twee leden van het maxime nu begrijpelijk werd. Vandaar mijn nieuwe voorstel voor het begin van het maxime:

Niet de dingen, maar onze voorkeuren bepalen of we tevreden zijn.

HOF: Waarschijnlijk is het beter om het hele genotsparadigma te laten vallen inderdaad – geluk en tevredenheid liggen veel meer in elkaars verlengde dan geluk en genot. Breng jij de verbetering aan?

HAAN: Ja, doe ik. Alleen dreigt er nu een storende herhaling van ‘zijn’. Dus ik stel voor: ‘Niet de dingen, maar onze voorkeuren stemmen ons tevreden.’

En na een ‘Geen bezwaar’ van Rokus werd dat de oplossing – waarvan de tweede helft vervolgens weer werd vervangen door ‘schenken ons voldoening’. Dat kwam op de site te staan, maar het zat me toch niet helemaal lekker en zo schreef ik een tijdje later weer: ‘Rokus, geef jij je fiat aan de volgende kleine wijziging in het zwaarbevochten 48ste maxime van La R.?’ En ik stelde voor:

Niet de dingen, maar onze voorkeuren bepalen onze voldoening; en we zijn gelukkig als we hebben waarvan we houden, niet als we hebben waarvan we geacht worden te houden.

HOF: Fiat!

Lees hier meer maximen van La Rochefoucauld.

Print Friendly, PDF & Email