Het genot dat we aan de dingen beleven (vervolg)

In de vorige post kruisten Rokus en ik de degens rond maxime 48 van La Rochefoucauld. In het Frans:

La félicité est dans le goût et non pas dans les choses; et c’est par avoir ce qu’on aime qu’on est heureux, et non par avoir ce que les autres trouvent aimable.

We verschilden vooral van mening over de interpretatie van het woordje ‘goût’, dat volgens mij duidde op een voorkeur die voorafgaat aan het concrete ‘proeven’ van het ding, en volgens Rokus juist op dat proeven zelf. De gedachtewisseling ging verder:

HAAN: Nee, volgens mij bedoelt hij de subjectieve voorkeur die lós van het ding bestaat, en die bevredigd wordt zodra er een ding verschijnt dat eraan voldoet. Als de aantrekking namelijk niet abstract maar volledig concreet/individueel is, kan de oorzaak ervan alleen maar in het concrete/individuele ding liggen… Het gaat mij overigens niet om schoonheidszin of andere verheven dingen, maar gewoon om een voorkeur die ons niet wordt ingegeven door de dingen zelf, maar los daarvan (= abstract) bestaat. Hoe dan ook: het ‘genot’ (om jouw term te gebruiken) ís niet de ‘goût’, maar verschijnt telkens opnieuw zodra er een ding is dat aan die goût voldoet.

HOF: Hoho, ik zeg niet dat ‘genot’ hier de ideale vertaling van ‘goût’ is, maar ik blijf erbij dat het ‘genotsaspect’ op enigerlei wijze in de vertaling zou moeten weerklinken. Ik mijmer wat over je formulering ‘een voorkeur die ons niet wordt ingegeven door de dingen zelf, maar los daarvan bestaat’. En die zou, als het aan La Rochefoucauld lag, ons geluk bepalen? Nee, geluk ligt in de bevrediging van het subjectieve verlangen dat een ding oproept, niet in een abstracte voorkeur die los van die bevrediging en dus los van dat ding zou bestaan. Volgens mij heeft La Rochefoucauld het over versmelting van het objectieve en het subjectieve. Hij benadrukt dat het subjectieve element een noodzakelijke voorwaarde van het geluk is, maar dat wil niet zeggen dat geluk mogelijk is zonder de aanleiding die dat subjectieve element in leven roept. Het Frans zou je dus moeten lezen als (hou me ten goede, ik heb de zin niet paraat): ‘le bonheur n’est pas dans les choses mais dans le goût (que nous avons de / pour ces choses)’. En nogmaals, volgens mij staaft het vervolg van de zin die interpretatie.

HAAN: Lees nog eens goed wat ik net schreef: het genot ís niet de ‘goût’, maar verschijnt zodra er een ding is dat aan die goût voldoet. Dus de goût is wel degelijk abstract, en er is pas sprake van geluk/genot zodra er een concreet ding opduikt dat de eigenschappen vertoont die in de abstractie worden omgeschreven. Voorbeeld: 1. Van hardlopen word ik happy (= goût); 2. Ik ga nu hardlopen (= concretisering); 3. Ik ben happy (= genot/geluk). Dus bij jouw aanvulling van de Franse zin kan ik me helemaal aansluiten, alleen betekent die nog altijd niet dat de smaak voortkomt uit de dingen, zoals jij suggereert. Het betekent alleen dat dingen die aan de abstracte smaak voldoen, voor geluk zorgen. – Toch wel interessant, zo’n discussietje.

HOF: Ja, interessant, grappig ook: we verwijten elkaar eenzelfde soort eenzijdigheid. Nu suggereer je dat ik suggereer dat de smaak uit de dingen voortkomt, maar dat zeg ik niet. Lees nog eens goed wat ik net schreef: geluk ligt in de bevrediging van het subjectieve verlangen dat een ding oproept, niet in een abstracte voorkeur die los van die bevrediging en dus los van dat ding zou bestaan. ‘Het subjectieve verlangen dat een ding oproept’ betekent allerminst dat verlangen uit het ding zelf voortkomt: er is sprake van een relatie tussen mij en het ding, en alleen binnen die tegelijk objectieve en subjectieve relatie kan geluk ontstaan. Anders zou jij per definitie eenzelfde verlangen voor hetzelfde ding moeten voelen. Mijn subjectiviteit – mijn smaak – is wel degelijk essentieel en onontbeerlijk, maar gelukkig word ik er niet van, dat is het hele punt. Ben je niet het slachtoffer, hou me ten goede, van een te rigide dichotomie tussen object en subject? Je redeneert immers dat smaak wel uit de dingen moet voortkomen als het geen abstract, aan de dingen voorafgaand psychisch mechanisme is. Maar laten we je voorbeeld nemen, dat verheldert veel. La Rochefoucauld heeft het in zijn maxime niet over stelling 1, hij zoekt geen definitie van wat ‘smaak’ is, maar over stelling 3, hij zoekt een definitie van ‘geluk’. Een abstracte ‘smaak’ (1), zonder de dingen die die smaak concretiseren (2), zorgt niet voor geluk. Dus met een louter abstracte smaak blijf je steken in een logische aporie: je moet die smaak logischerwijs veronderstellen, tenminste als je een radicaal onderscheid maakt tussen subject en object, maar qua geluk houdt het niet over. Het geluk waar die smaak voor kan zorgen vereist te allen tijde een object dat het bevredigt – en de noodzaak van dat object moet in het maxime weerklinken.

HAAN: Dat bedoelt hij volgens mij nu juist: smaak als een aan de dingen voorafgaande (haast kantiaanse) categorie. In moderne termen zou het maxime luiden: geluk vindt zijn oorsprong in het subject, niet in het object. Vergeet niet dat La R met zijn maximen altijd een heersend idee wil ontkrachten, in dit geval het idee dat de dingen zelf ons door hun inherente eigenschappen gelukkig maken. Hij wil die objectiviteit tegenspreken, en om dat te doen kiest hij een radicaal subjectieve/nominalistische positie (die filosofisch gezien ongetwijfeld onhoudbaar is, maar dat is weer een andere vraag). Ik lees ‘goût’ kortom zoals in ‘Il a perdu le goût des romans’ of ‘Elle a le goût de la liberté’. Wordt die abstracte goût bevredigd door een concreet ding, dan treedt er geluk op.

HOF: Goed, we komen niet nader tot elkander. Dat La R een radicaal subjectivistisch standpunt inneemt zie ik, dat hij daarmee een heersend idee wil ontkrachten begrijp ik, maar je vertaling van het maxime (‘geluk vindt zijn oorsprong in het subject’) wil mij niet overtuigen. Smaak als een aan de dingen voorafgaande categorie lijkt mij een zuiver talig, logisch construct, in de hand gewerkt door een te rigide onderscheid tussen subject en object. ‘Geluk vindt zijn oorsprong niet in het object als zodanig, maar in de ontmoeting van een subject met een object’ lijkt mij adequater. Ik verwijs nogmaals naar het tweede deel van het maxime, dat die stelling bekrachtigt. En het is toch frappant dat je in je voorbeelden steeds een object behoeft (hier romans of de vrijheid, eerder hardlopen) om je abstracte opvatting van smaak te kunnen verbinden met het begrip geluk – wat het te definiëren begrip is. Geluk vindt zijn oorsprong niet in de dingen, maar in de bevrediging van het verlangen ernaar, zo ongeveer zou ik het maxime liever vertalen…

HAAN: Nee, goût is niet de bevrediging van het verlangen naar de dingen, maar dat verlangen zelf… Natuurlijk heb ik daar een object bij nodig, dat ontken ik toch niet? En het is ook merkwaardig dat je mij een te rigide onderscheid tussen subject en object verwijt, terwijl ik niet anders doe dan lezen wat er staat (ik zou zelf namelijk die stelling niet zo verwoorden, en me onmiddellijk afvragen waar die goût dan vandaan komt; uit de ervaring met diverse objecten, waarschijnlijk…).

HOF: Goedgoed, alleen nog deze correctie: ik schrijf niet dat ‘le goût’ de bevrediging is van het verlangen naar dingen, ik schrijf dat ‘le bonheur’ de bevrediging is van het verlangen naar de dingen. – En lezen wat er staat, dat lijkt verdacht veel op vertalen wat er staat. Als ‘goût’ en ‘smaak’ in beide talen perfecte synoniemen waren, zou er uiteraard geen probleem zijn, maar dat zijn ze niet – althans niet naar mijn smaak…

HAAN: Het gaat mij allang niet meer om het woord ‘smaak’ hoor, het gaat om de interpretatie. Dat bedoel ik ook met lezen wat er staat (inderdaad, een onmogelijkheid, of een boemerang). En omdat La R doorgaans zijn maximen zo opbouwt dat hij tegendelen in elkaar laat omslaan, lees ik ‘goût’ en ‘chose’ als tegendelen, dwz als ‘subjectief’ en ‘objectief’. De stelling dat geluk willekeurig is, want volledig ‘subjectief’, vind ik veel meer bij de raspessimist La R passen dan de stelling dat geluk voortkomt uit een wisselwerking tussen onszelf en de dingen. Dus je mag wat mij betreft in plaats van smaak ook verlangen of voorkeur lezen, dat is voor mij gelijk. Alleen denk ik dus dat hij wil zeggen dat ‘goût’ niet door externe dingen wordt gerechtvaardigd (met andere woorden: geluk is objectief gezien ook een illusie).

Vervolgens viel de discussie stil. Pas ruim een jaar later pakten we de draad weer op. Hoe precies, en met welke afloop, dat leest u in de laatste aflevering van deze trilogie.

Print Friendly, PDF & Email