De krakende kraak

Zaterdagavond 18 juni 2011. In de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg vinden, in het kader van Poetry International 2011, drie ‘internationale poëzievoordrachten’ plaats door respectievelijk de Israëli Admiel Kosman, de Amerikaans-Oostenrijks-Duitse Ann Cotten en de Franstalige Belg Eugène Savitzkaya. Die laatste, van wie ik voor Poetry uiteenlopend werk heb vertaald, zit naast me op de voorste rij. Aan mijn andere zij zit Cotten.

Na Kosmans bezielde maar ook wat schoolmeesterachtig klinkende voordracht volgt de schuchtere, laconieke stem van Cotten. Ze draagt onder meer het gedicht ‘Solidus’ voor, een uit dactylen (—υυ / —υυ) opgebouwde, encyclopedische opsomming van disparate elementen. Dat klinkt bijvoorbeeld zo:

[…] und Ränder / und Seuchen / und Stiefel / Atome / Atome in Banken / Verbindungen / Werbung / und Schiebung / und Speicher mit Rehen und Heu / Verwischung im Schlafen / Verfrachtung in Kisten / Insomnia / Kraken / und Volume Control […]

Boven Cotten verschijnt op een scherm de simultane vertaling, door Erik de Smedt, van datzelfde gedicht:

[…] en randen / en plagen / en laarzen / atomen / atomen in banken / verbindingen / slogans / en zwendel / en schuren met reeën en hooi / vervaging in nachten / verscheping in kisten / insomnia / kraken / en volume control […]

Na Ann Cotten betreedt Eugène Savitzkaya het podium, die het programma afsluit. Hij verstrikt zich al snel in de volgorde van de door hem uit het gedicht ‘Nouba’ voor te lezen fragmenten en begint andere dingen te lezen dan gepland; in amper vijf minuten is hij met zijn voordracht klaar, terwijl voor hem twintig minuten is gereserveerd (hier een video van Savitzkaya’s voordracht, hier de integrale versie van de geplande fragmenten plus Nederlandse vertaling).

Terwijl Savitzkaya declameert buig ik mij over naar mijn buurvrouw. Ik fluister dat ik blij verrast ben een Nederlands woord in haar gedicht te hebben opgevangen – ‘kraken’. ‘Kraken means octopus’, fluistert Cotten terug. ‘What does it mean in Dutch?’ ‘Ein Haus besetzen’, zeg ik, denkend aan de Berlijnse Hausbesetzerszene die ik een jaar of dertig geleden had bezocht en waar ik in die tijd als Nederlandse kraker een zeker exotisch prestige genoot. Pas later schiet me kapitein Haddocks gevleugelde verwensing ‘De grote kraakvis mag me kraken’ te binnen, en besef ik dat ‘kraak’ ook in het Nederlands inktvis en bij uitbreiding zeemonster kan betekenen.

Die avond, in het Schouwburgcafé, benader ik Cotten met in mijn hand Alle zwanen heten Reinhard, de net verschenen bundel Nederlandse vertalingen van een zestiental van haar gedichten. Ik vraag haar er een opdracht in te schrijven. Ter plekke en uit de losse pols tekent ze op de titelpagina:

Hier een integraal videoverslag van de Poetryvoordrachten van Kosman, Cotten en Savitzkaya. Het gedicht ‘Solidus’ begint op 30:29, de krakende kraak komt voorbij op 31:41. Ann Cottens Alle zwanen heten Reinhard, vertaald door Erik de Smedt en vormgegeven door Danny Dobbelaere, een uitgave van Zegwerk te Gent, is verschenen in een oplage van 100 – wees er snel bij! Op de site van Jan Pollet staat een boeiend gesprek met Erik de Smedt over zijn Cotten-vertalingen.

Print Friendly, PDF & Email