Michel Leiris, “Kijk! Daar, de engel…” (fragment)

‘En kri, mijne heren! (‘En kri!’ herhaalt het gezelschap in koor). En kra! (Het koor herhaalt: ‘En kra!’)’

De man door wie deze woorden zangerig werden uitgesproken, was een hindoe die werkte als voorman bij de grote blanke rumstoker van de streek. Een en ander speelde zich af in Le Gros-Morne, waar ik met een vriend uit Martinique de dodenwake voor zijn oude min bijwoonde.

‘En kri! En kra!’ – de traditionele openingsformule van het verhaal dat de hindoe op het punt stond ten beste te geven, ter verstrooiing van het gezelschap dat op de binnenplaats van het huis bijeen was gekomen voor de wake: het verhaal van het dunne meisje, dun ‘als de e-snaar op een mandoline’, zei de hindoe, een kenner (naar het scheen) van de orale creoolse
literatuur.

Wat ik wil vertellen is het verhaal van Khadija, of liever míjn verhaal met Khadija, een prostituee die ik heb ontmoet toen ik soldaat was in Revoil Béni-Ounif en die, hoewel lang en slank, niet zo dun was als de dunste snaar van een mandoline.

Khadija bent Maamar Chachour, o·cieel geboren in Algiers, drieëntwintig jaar oud. Khadija, die dezelfde voornaam had als de vrouw van de Profeet en die had gewerkt in de prostitutiewijk van Colomb-Béchar, maar daar slaande ruzie had gekregen met ene Nadia, waarna ze wat ze zoal bezat aan kleding en opschik had overgebracht naar een bordeel in Béni-Ounif. Khadija, zo imposant dat het grote Romeinse beeld van Demeter, afkomstig uit de opgravingen bij Cherchell en in Algiers te bezichtigen in het Musée du Parc de Galland, mij – toen ik het later aanschouwde – aan haar deed denken.

Khadija, met haar smalle schouders, lange spillebenen en brede heupen, een figuur dat naar mijn idee goed paste binnen de ruitvormige contouren van het sterrenbeeld Orion,dat ik lang geleden (toen ik voor het eerst in de tropen was) had aangezien voor het Zuiderkruis, en later (reizend door Griekenland vlak voor de recente oorlog) al had gelijkgesteld met een afwezige vorm die me bezighield.

‘… En kri, mijne heren…! En kra!’ Ik heb maar een gebrekkige kennis van het creools (dat subtiel en geschakeerd is, hoewel het als gebrabbel kan overkomen), maar mijn vriend vertaalde gaandeweg voor mij wat de hindoe vertelde, hoewel ik, al was de inhoud van het verhaal me ook geheel ontgaan, sowieso gefascineerd genoeg zou zijn geweest door het ritme van zijn woordenstroom en zijn subtiele stembuigingen. Wat voor formule zou ik – ik die geen hindoe uit de Antillen en geen specialist van de creoolse literatuur ben – kunnen gebruiken om mijn relaas in te leiden, het relaas van een tamelijk ordinair avontuur, waarin heel wat hollywoodiaans exotisme is geslopen, maar dat zich – bij de gratie van enkele zinsbegoochelingen – voor mij verheft tot de waardigheid van een geleefde mythe?

  • Michel Leiris, Kijk! Daar, de engel…”, Uitgeverij Vleugels, vert. Rokus Hofstede, 2019
Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.