Beckett en de 21e eeuw

Als het vuur van de schrijversroem niet regelmatig met nieuw papier wordt gevoed, vervalt het al snel tot as. Weinig schrijvers is een roem beschoren die hun dood overleeft; elk artistiek oeuvre dat is afgesloten treedt een nieuwe fase in, die van het ‘nachleben’, waarin het zich op eigen kracht moet bewijzen in een vaak veranderend literair klimaat. Samuel Beckett (1906-1989) kende wereldfaam met het toneelstuk Wachten op Godot, waarvan de première plaatsvond in 1953; de hem in 1969 toegekende Nobelprijs voor literatuur bevestigde die faam.

> Lees verder

IJdelheid en wind

Herzieningen zijn interessant, ze maken diachrone vergelijkingen mogelijk: wat heeft de vertaler gehandhaafd, wat heeft hij veranderd? Welke overwegingen lagen aan die keuzes ten grondslag? Omdat er tijd overheen is gegaan, kan de vertaler voortborduren op zijn eerdere versie en die tegelijk afstandelijk beoordelen, alsof ze van een ander is; hij staat als het ware op zijn eigen schouders, een wonderbaarlijk staaltje van acrobatisch kunnen, dat acteurs die een rol hernemen of musici die van een partituur een nieuwe uitvoering brengen veel minder goed afgaat.

> Lees verder

Een ‘wild meisje’? Oerteksten van Marguerite Duras

Sommige schrijvers spreiden postuum een grote bedrijvigheid ten toon. Voordat hun roem taant en ze terugvallen in de vergetelheid, wordt hun naam te gelde gemaakt door de publicatie van teksten uit de nalatenschap – brieven, dagboeken, artikelen, schetsen, aantekeningen, kladversies. Of alles wat uit de archieven tevoorschijn komt een verrijking van het oeuvre mag heten, is een andere zaak. Tegen het uitmelken van de fonds de tiroir van een schrijver verzet zich de moraal van het wezenlijke, door Milan Kundera bepleit in zijn essay Het doek (Ambo, 2006, vertaling Martin de Haan): ‘Niet alles wat een romancier heeft geschreven maakt deel uit van zijn werk.

> Lees verder

Een dag op planeet aarde

Op een landweg in Brabant staat een Mercedes met in de kofferbak de stoffelijke resten van de broers Hans en Jan van Reken. Op de Westerschelde, ter hoogte van de Eendrachtspolder, maakt de duwboot Na-He slagzij. In Den Haag worden in een kooi drie aapjes met leeuwenkoppen tentoongesteld. Op de vrije markt van Rotterdam bedraagt de prijs van duizend vaten West Texas intermediate twintigduizend dollar. Het regent boven de Amsterdamse grachten, aan de kust van het IJsselmeer, op de Waddeneilanden en in Winschoten, waar meester Wielinck, rechter bij het kantongerecht, peinzend een pijp opsteekt.

> Lees verder

Dode schrijvers op vakantie

Wat drijft cultureel toeristen om massaal op zoek te gaan naar de sporen van dode schrijvers? Het schijnt dat je over hun graf heen intense gesprekken met ze kunt voeren, en zelfs vrienden kunt worden. Neem Frankrijk en werp een blik op de koffiepot van Balzac.

De huizen van schrijvers, hun werktafels, hun ganzenveren, hun uitzicht. De zakdoek waarmee Flaubert zijn mond afveegde voordat hij stierf. Zijn inktpot, in de vorm van een kikker, of is het een pad? Het laantje, in de tuin van Croisset nabij Rouen, waar hij zijn zinnen aan de ‘brulproef’ onderwierp, om te horen of ze goed bekten.

> Lees verder

Een toekomst – ja of shit? Belgisch-Franstalige poëzie in vertaling.

‘Deze zin heeft een lang verleden, een cultuur, goed bijgehouden registers, een praktijk, een woordschikking, een vloek, een achtergrond, een toekomst – ja of shit?’ Of die zin een toekomst heeft, is inderdaad nog maar de vraag. Als ik de zoekmachine mag geloven, is de gebruiksfrequentie van de uitdrukking ‘ja of shit’ nihil. Ter vergelijking: ‘Cette phrase a un long passé, une culture, des registres bien tenus, une pratique, une syntaxe, un gros mot, des arrière-plans, un avenir oui ou merde?’

> Lees verder