Yasmina Reza, ‘In de slee van Arthur Schopenhauer’, fragment

Nadine Chipman tot de psychologe

Vaak zeg ik bij mezelf dokter, oude rozenstruiken zijn mooier dan jonge, ze zijn zwaarder, voller, de kleuren zijn feller, goede wijnen worden met de jaren ook beter, de oude rozenstruik heeft moeten vechten om te overleven, hij heeft beproevingen doorstaan en dat maakt hem mooi, misschien denk ik ooit wel je bent oud, je hebt niks meer nodig, wat je nodig hebt is een kat, bloemen, basilicum, je kunt in Griekenland in een klooster wonen met een pope en basilicum, in Hossegor ben ik met mijn moeder meegegaan om een hoed te kopen, ze liet haar keus vallen op een lichtgele hoed met een bloem middenop, een opengewerkte tule die haar nauwelijks bescherming geeft, mijn moeder die vroeger zo mooi was, het staat haar allemaal niet meer, ze zei dat ze dacht dat hij goed was maar door de zonnebril wist ze het niet zeker, ik zei zet je bril af mama, je kan met die bril in de winkel niks zien, ja maar als ik mijn zonnebril afzet krijg ik geen totaalindruk, op het strand heb ik de hoed en de bril op, ze had het heet maar ze was blij, ze wilde dat ik ook blij was, ik dwong mezelf om blij te zijn, toen we naar buiten liepen vroeg ze me of ze er Amerikaans uitzag, ik zei je ziet er elegant Amerikaans uit, elegant ah mooi zo, op het strand van Hossegor heb ik haar zitten observeren in haar vouwstoel, een krom vrouwtje met haar bril en haar hoed, een beetje dik, turend naar de zee, blij met de golven, blij met het weer, zo’n banaal gezicht ’s zomers op het strand, waarom word ik daar zo vreselijk droevig van.

> Lees verder

De eerste passie

‘Als wij een object voor de eerste keer tegenkomen en verrast zijn omdat het nieuw is of omdat het al te zeer verschilt van wat we wisten of veronderstelden dat het zou zijn, dan verwonderen wij ons en zijn verbaasd.’ Voor René Descartes behoorde verwondering, samen met liefde, haat, begeerte, vreugde en droefheid, tot de ‘primitieve passies’, waaruit alle andere zich laten afleiden. Maar binnen de primitieve passies is verwondering, zegt Descartes, de ‘eerste’. Want terwijl we andere passies nodig hebben om ons opmerkzaam te maken ‘op wat goed of slecht is aan de dingen’, hebben we alleen de verwondering om ons opmerkzaam te maken ‘op wat ongewoon en zeldzaam is’.

> Lees verder

Pinget, Robert. Noten bij een lemma uit de Grote Winkler Prins

Robert die sleutels verzamelt
vindt hun Canyon een sleutelgat

Hugo Claus, ‘Arizona’

Pinget, Robert (Genève, 19 juli 1919), Frans schrijver.

Het werk van Robert Pinget behoort tot de Franse literatuur, maar hijzelf was een Zwitser. ‘Pinget’ is de naam van verschillende personages van de grote Frans-Zwitserse romancier Charles-Ferdinand Ramuz. Pinget was geen radde Parijzenaar; in interviews (te beluisteren op de website van het Institut National de l’Audiovisuel) heeft zijn tongval, met karakteristiek slepende zinseinden, iets onmiskenbaar uitheems. Toch lijkt zijn geboorte buiten Frankrijk geen zichtbare sporen in zijn boeken te hebben nagelaten – of het zou zijn humor moeten zijn, een voorliefde voor het komische die misschien on-Frans mag heten.

> Lees verder

De afgrondelijkheid van het verlangen

In de winter van ’82-’83 deed ik mijn eerste ervaringen op als vertaler uit het Frans. Bij die eerste schoorvoetende pogingen was ik niet alleen, maar in het gezelschap van een Franse vriendin, studente aan de kunstacademie Minerva in Groningen, de Noord-Nederlandse stad waar ik ook zelf in die tijd studeerde. Zij was de autoriteit op het gebied van het Frans, ik op het gebied van het Nederlands. We konden eindeloos delibereren over de kortste zinnetjes, en meestal was ik degene die de knopen doorhakte, maar ik was ook maar al te graag bereid tot concessies als zij die nodig achtte.

> Lees verder

Marcelle Sauvageot, ‘Commentaar’, fragment

14 december 1930

Er zijn smartlappen die beginnen zoals uw brief: ‘U die ik zo heb liefgehad…’ Als het heden nog zo dichtbij naklinkt, is die verleden tijd droevig als het einde van een feest, wanneer je na het uitgaan van de lampen eenzaam achterblijft en de stellen ziet vertrekken, de donkere straten in. Het is afgelopen: je hebt niets meer te verwachten en toch blijf je daar eindeloos lang staan, wetend dat er niets meer zal komen. Ik hoor uw gitaar tokkelen, soms lijkt het wel een terugkerend refrein: ‘Ik had u niet gelukkig kunnen maken.’ Het is een oud liedje van vroeger, dat doet denken aan een droogbloem… Wordt het verleden zo snel iets ouds?

> Lees verder

Autopsie van een gebroken hart

‘Nee! Ik moet uw liefkozingen niet…’. Het keerpunt in het rouwproces om een verloren liefde is het moment waarop de verlatene die zin, of woorden van gelijke strekking, terugkaatst naar de trouweloze die hem of haar verlaat. Alleen door zo’n symbolische vereffening van het aangedane liefdesleed kan het geloof in de Liefde worden gered. De romantische fixatie op die ene uitverkorene is doorbroken: na de breuk, de loutering. Nieuwe avonturen tegemoet!

Marcelle Sauvageot, CommentaarCommentaar is een haarscherpe demonstratie van het proces van onthechting dat volgt op de verloochening van het liefdespact, een demonstratie die des te indrukwekkender is doordat de hoofdpersoon zich vanwege haar ziekte over die nieuwe avonturen weinig illusies maakt.

> Lees verder