De beschermende nevel van de herinnering

Dit jaar wordt hij 90. Claude Simon, Nobelprijswinnaar en voormalig kopstuk van de Nouveau Roman, heeft alle grote conflicten van de moderne tijd meegemaakt. Een aantal ervan beschreef hij in zijn werk: de Koude Oorlog (na zijn Nobelprijs werd hij door Gorbatsjov uitgenodigd), de Tweede Wereldoorlog (hij ontsnapte zelf uit een Duits krijgsgevangenenkamp), de Spaanse burgeroorlog (hij vocht mee tegen Franco) en de Eerste Wereldoorlog (zijn vader stierf in 1914).

Geweld te over in de romans van Claude Simon, en de les is duidelijk: de geschiedenis (l’Histoire avec un grand H, zeggen de Fransen: de Geschiedenis met een grote G, waarbij de letter H hetzelfde klinkt als hache, bijl) is even meedogenloos als stompzinnig, ze herhaalt zich voortdurend, en na elke oorlog is het wachten op de volgende.… > Lees verder

Tovertaal 3: De zoekgeraakte tijd

Marcel Proust, wie kent hem niet. Zijn meesterwerk, de megaroman Op zoek naar de verloren tijd, wordt deze zomer herdrukt in een goedkope editie (7 delen in cassette, 3472 pagina’s, € 69,50) in de onvolprezen en zwaar bekritiseerde vertaling van het trio C.N. Lijsen, M.E. Veenis-Pieters en Thérèse Cornips, dus vanaf nu is zelfs de prijs geen excuus meer. Maar de Nederlandse Proust is de Franse niet, verzekeren de snobs ons, en ze hebben nog gelijk ook: een vertaling kán niet identiek zijn aan het origineel. Gelukkig maar, trouwens, want nu kunnen we tenminste nog hopen dat er ooit een tweede Proustvertaling zal komen, en een derde, en een vierde – die niet per se beter zullen zijn, maar in ieder geval een andere visie op de tekst zullen geven.… > Lees verder

Marcel Proust, ‘Het innerlijke boek’

[Dit fragment uit Le Temps retrouvé, het laatste deel van À la recherche du temps perdu, bevat Marcels bespiegelingen over het realisme. De aanleiding voor deze kenmerkende monologue intérieur is het weerzien, na jaren, van de rode kaft van François le Champi, een streekroman van George Sand waaruit zijn moeder hem ooit heeft voorgelezen, zoals beschreven in het eerste deel.]

Voor het lezen van het innerlijke boek met de onbekende tekens (tekens in reliëf, leek het wel, waar mijn aandacht in de duistere regionen van mijn onbewuste naar speurde, op stootte en omheen gleed als een duiker die de bodem afzoekt), kon niemand me enige aanwijzing geven, het was een scheppingsdaad waarbij geen mens ons vervangen of zelfs maar helpen kan.… > Lees verder