De zichtbare vertaler 6: Schaduwauteur

Toen de vorige aflevering van deze column abusievelijk de titel ‘De onzichtbare vertaler’ had meegekregen in plaats van het tegendeel, was ik voorbereid op een storm van protesten. Niets daarvan: totale stilte, alsof iedereen in die titel een bevestiging zag van iets wat hij allang wist, of erger nog, alsof het een evident pleonasme betrof. En feitelijk gezien is het dat ook. Vertalers zijn doorgaans onzichtbaar, ze verschijnen niet in het openbaar en niet op tv, niet op de opiniepagina’s van de kranten en niet bij de koningin om te worden geridderd. Zelfs in hun eigen maaksels zijn ze voor gewone stervelingen onzichtbaar, behalve als ze iets fout doen, wat gelukkig maar heel zelden gebeurt.… > Lees verder

De zichtbare vertaler 5: Zaak en spraak

Het schijnt gezond te zijn om af en toe fundamentele vragen te stellen, bij voorkeur in een landelijke setting met fladderende vlindertjes en gonzende bijtjes (leve de laptop), dus misschien moet ik me maar eens laten inspireren door de feestelijke feniksact van het VvL-bulletin. Fundamentele vraag: wat bezielt ons om als schrijvers en vertalers samen in één club te gaan zitten?

Ja, natuurlijk, we houden ons allemaal met taal bezig en we vechten allemaal tegen de boze uitgeefwolf, maar de praktijk in de meeste buitenlanden (waar de schrijvers en de vertalers netjes hun aparte clubjes hebben) bewijst dat dat geen reden is om elkaar dan maar meteen in de armen te vliegen.… > Lees verder

De zichtbare vertaler 4: In het park

Op een bankje in het Vondelpark zag ik laatst een vertaler zitten. Het was duidelijk een goede vertaler: kameleontische stijl, empathische uitstraling, dikke projectwerkbeurs in de linker kontzak. In zijn RSI-hand hield hij een exemplaar van de auteurswet. Hij keek somber voor zich uit.

‘Artikel 25, lid 1c,’ zei ik.

Hij keek me verbluft aan.

‘De maker van een werk heeft, zelfs nadat hij zijn auteursrecht heeft overgedragen, het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van zodanige aard is, dat het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid,’ citeerde ik uit mijn hoofd.… > Lees verder

Reactie op Winibert Segers en Henri Bloemen

Laat ik me eerst even voorstellen: ik ben men, ook wel ‘de andere tekst’ geheten. Winibert Segers en Henri Bloemen zien vanuit hun ideeënhemel op mij neer en constateren meewarig dat ik een man ben. Dat wist ik zelf ook al, alleen wist ik niet dat ik me ervoor moest schamen – weer wat geleerd.

Waar hebben we het over? Over de reactie van Segers en Bloemen op mijn stelling in het vorige nummer van Filter. Achtereenvolgens bestrijden zij dat vertalen een kern heeft, dat het uitgaat van overeenkomst, dat het vergelijkbaar is met het uitvoeren van muziek, dat het te maken heeft met het lijf van de vertaler, en dan vergeet ik er vast nog een paar.… > Lees verder