De zichtbare vertaler 9: Vertalen in Europa

Op een mooie herfstdag in november zaten er te Arles ruim twintig vertalers in een grote kring bijeen om te luisteren naar de heer Diego Marani, Europees ambtenaar. De heer Marani was gekomen om ons, de vertegenwoordigers van de Europese vertalersverenigingen, verenigd in de CEATL, te vertellen over het Europese beleid op het gebied van meertaligheid, een gebied dat sinds 1 januari 2007 weliswaar niet over een eigen budget, maar toch in ieder geval over een eigen eurocommissaris beschikt, de heer Leonard Orban. De heer Orban kon zelf helaas niet komen, net zomin als het hoofd van de eenheid Meertaligheid van het Directoraat-generaal Onderwijs en cultuur, de heer Harald Hartung, en zodoende rustte op de schouders van de heer Marani de verantwoordelijke taak om de verenigde literaire vertalers van Europa op de hoogte te brengen van de mogelijkheden die het Europese cultuur- en meertaligheidsbeleid voor het literair vertalen biedt.

> Lees verder

Het standpunt van Mandelstam

Vrije beroepen kennen geen vrije tijd. Die stelling gaat misschien niet voor alle kleine zelfstandigen in gelijke mate op, maar voor vertalers zeker wel. Ik ken er voor wie zestien uur werken per dag geen uitzondering is, en zelf heb ik, toen ik nog vrijgezel was, ook monachale periodes gekend waarin het leven zich weken, maanden achtereen volledig verengde tot het smalle pad van de volgende zin. Vertalers zijn thuiswerkers die voorbeeldig tegemoetkomen aan de belangrijkste voorwaarde die in het huidige economische bestel aan de factor arbeid wordt gesteld: flexibiliteit. De vertaler, die zijn eigen productienormen en werkrooster vaststelt, delft in het onderhandelen met zichzelf steevast het onderspit.

> Lees verder

De zichtbare vertaler 8: Belangrijk in Frankrijk

Het gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt kan je dag niet meer stuk.

Gisteren in de brillenwinkel in Autun. Opgedirkte dame van een jaar of veertig, in het Frans uiteraard: ‘Wat kan ik voor u doen?’

‘Ik kom de bril van mijn vrouw ophalen, de naam is Marijnissen, Mariezjniessèn, M-A-R-I-J-N-I-S-S-E-N.’

‘Ah, u bent Nederlands, hè?’

‘Ja.’

‘En u woont hier permanent?’

‘Ja.’

‘Ik ken een ander Nederlands echtpaar dat hier woont, de vrouw heeft een galerie in Amsterdam en reist vaak heen en weer, de man verbouwt het huis. Dat doen veel Nederlanders, u niet?’

‘Geen tijd voor, ik moet werken.’

> Lees verder

De zichtbare vertaler 7: Het vuur van de onderscheidingsdrang

Eind vorig jaar kocht ik een cd: een nieuwe, in de vakpers zeer enthousiast ontvangen opname van Albéniz’ Iberia. Van de pianiste, Joyce Hatto, had ik nog nooit gehoord, maar daarvoor hoefde ik me blijkbaar niet te schamen, want volgens een quote van een bekende muziekcriticus was ze ‘the greatest living pianist that almost no one has ever heard of’. Ruim honderd cd’s had ze inmiddels op haar naam staan, die gezien de laaiende recensies bijna allemaal van zeer hoog niveau waren. Reden genoeg om nieuwsgierig te zijn.

De uitvoering bleek inderdaad mooi, maar de opname klonk vreemd: alsof al het geluid in het linkerkanaal was gepropt.

> Lees verder

Nooit Meer apen

Op 31 oktober van het afgelopen jaar werd letterkundig Nederland opgeschrikt door een alarmerend bericht in de Volkskrant en NRC Handelsblad: in een gesprek met de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV) had de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) laten weten dat alle prijsadviezen aan schrijvers, vertalers en scenaristen per half november gestaakt moesten worden omdat ze eerlijke concurrentie belemmerden.

Een paar maanden later is duidelijk dat de soep wellicht iets minder heet wordt gegeten dan ze is opgediend, want de vervaldatum voor het minimumtarief voor literaire vertalingen is na overleg verschoven naar 1 mei 2007 en die voor de in het modelcontract vastgelegde royaltypercentages naar 1 augustus 2007.

> Lees verder

Schaduwkunstenaars

Ze zijn de waterdragers van het literaire peloton: de vertalers. Ver van alle media-aandacht sloven ze zich uit voor hún auteurs, en eigenlijk zijn ze niet eens zo ontevreden met die plaats in de schaduw: mooie dingen kunnen maken zonder de last van de roem te hoeven dragen, wie zou dat niet willen?

Ongeveer 30 procent van alle boeken die in het Nederlands verschijnen, zijn vertalingen, volgens de becijfering van socioloog Johan Heilbron. Dat is veel, zeker in vergelijking met ‘dominante’ talen zoals het Engels (minder dan 3 procent vertalingen op de totale productie), het Frans (iets meer dan 10 procent) en het Duits (idem).

> Lees verder