De zichtbare vertaler 5: Zaak en spraak

Het schijnt gezond te zijn om af en toe fundamentele vragen te stellen, bij voorkeur in een landelijke setting met fladderende vlindertjes en gonzende bijtjes (leve de laptop), dus misschien moet ik me maar eens laten inspireren door de feestelijke feniksact van het VvL-bulletin. Fundamentele vraag: wat bezielt ons om als schrijvers en vertalers samen in één club te gaan zitten?

Ja, natuurlijk, we houden ons allemaal met taal bezig en we vechten allemaal tegen de boze uitgeefwolf, maar de praktijk in de meeste buitenlanden (waar de schrijvers en de vertalers netjes hun aparte clubjes hebben) bewijst dat dat geen reden is om elkaar dan maar meteen in de armen te vliegen. Sterker nog, je zou verwachten dat beide groepen, literaire schrijvers en literaire vertalers, eerder aansluiting zouden zoeken bij hun niet-literaire collega’s dan bij elkaar. Maar kennelijk gaat er bij ons in Nederland zo’n sterke bindende werking uit van het verschijnsel ‘literatuur’ dat we toch liever bij elkaar zitten dan bij lieden die zich bezighouden met zulke futiele zaken als kookboeken en reisgidsen, iets wat op kleinere schaal ook al blijkt uit de voor buitenstaanders (en veel binnenstaanders) tamelijk ondoorgrondelijke structuur van de VSenV: de diverse soorten letterkundigen zijn als ‘werkgroepen’ blijven samenhokken in de ‘afdeling’ VvL, en al de rest is niet-literatuur. Ons sjibbolet? Het modelcontract!

Maar beschouwen we elkaar ook echt als bondgenoten? Dat valt nog maar te bezien. We hebben elkaar nodig, dat zeker, want zonder schrijvers geen vertalers en zonder vertalers geen Nobelprijs, maar ondanks of misschien wel dankzij die symbiose valt er vaak een zeker wederzijds wantrouwen te constateren, zo niet erger. Van de kant van de schrijvers is dat begrijpelijk, want wie garandeert dat hun creatieve maaksels vertaling zullen overleven? Goethe, de bedenker van de term wereldliteratuur, verwoordt die achterdocht in een fraaie metafoor, die ik speciaal voor deze gelegenheid onvertaald zal laten: ‘Übersetzer sind als geschäftige Kuppler anzusehen, die uns eine halbverschleierte Schöne als höchst liebenswürdig anpreisen: sie erregen eine unwiderstehliche Neigung nach dem Original.’ (Elders zegt dezelfde Goethe overigens: ‘Denn was man auch von der Unzulänglichkeit des Übersetzens sagen mag, so ist und bleibt es doch eines der wichtigsten und würdigsten Geschäfte in dem allgemeinen Weltverkehr.’)

Daar staat tegenover dat vertalers schrijvers vaak maar arrogante bemoeiallen vinden. Tua quod nihil refert, ne cures, hoor je ze vaak binnensmonds foeteren als er weer eens vertaalkeuzes worden gedicteerd of verworpen door een schrijver die ook een woordje buiten de deur denkt te spreken. Sowieso lijken veel schrijvers moeilijk te kunnen accepteren dat een tekst een eigen leven gaat leiden als hij eenmaal de wereld in is geschopt; de gedachte dat een vertaling iets zou kunnen toevoegen aan het origineel of daar een nieuw inzicht in zou kunnen geven, heeft nog veel te weinig aanhangers, ook onder vertalers trouwens.

Gelukkig zijn er ook schrijvers die de verdienste van hun vertalende medemens naar waarde weten te schatten. Jean Paul bijvoorbeeld, die over de vertalingen van Schlegel en Voß schrijft: ‘daß überhaupt die Übersetzer wissen möchten, wie viel sie für Klang, Fülle, Reinheit der Sprache, oft sogar mehr als selber der Urschriftsteller, zu leisten vermögen, da ihnen, wenn dieser über die Sache zuweilen die Sprache vergißt, die Sprache eben die Sache ist.’ Van de omgekeerde gedachtegang heb ik nergens een voorbeeld kunnen vinden, maar die lacune kan gemakkelijk worden aangevuld: terwijl vertalers telkens weer tegen de muur van de taal op lopen, kunnen schrijvers hun ideeën ongestoord in woorden vertalen.

Misschien is dat dan wat vertalers en schrijvers met elkaar bindt: vertalen is de zuiverste vorm van schrijven, schrijven de zuiverste vorm van vertalen. Het wordt tijd dat we bij de VvL eens een werkgroepoverstijgend platform in het leven roepen.

[VvL.nu 1 (najaar 2006), © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email