De mens, dat weerzinwekkende wezen

Louis Salavin is een jonge kantoorbediende bij een grote firma. Als hij op een dag een document moet gaan overhandigen aan niemand minder dan de directeur, merkt hij ineens dat zijn lichaam de touwtjes in handen heeft genomen: langzaam gaat zijn rechterhand met uitgestoken wijsvinger naar het linkeroor van de grote baas. Hij raakt het aan en wordt op staande voet ontslagen.

Zo begint Confession de minuit van Georges Duhamel (1884-1966), naar verluidt het lievelingsboek van Willem Elsschot, dat nu in vertaling is verschenen bij de uitgeverij die ook Elsschots werk uitgeeft. De Nederlandse titel, Middernacht, laat helaas het kernwoord uit de Franse titel weg. Het hele boek is namelijk een ‘nachtelijke bekentenis’ van de hoofdpersoon Salavin, die aan een onbekende in een café opbiecht hoe erbarmelijk het leven is dat hij lijdt sinds zijn ontslag. En het ergste is dat hij het allemaal aan zichzelf te wijten heeft. Salavin behoort tot het soort mensen dat geen vrede met zichzelf heeft en daardoor steeds verder vervreemdt van de wereld om hem heen. Zelfs de liefde helpt hem niet uit de put.

Het groteske begin, dat door de combinatie van de luchtige toon en het onnadrukkelijke absurdisme sterk doet denken aan Kafka, zet de lezer op het verkeerde been, want algauw wordt Salavins weeklacht realistischer en serieuzer: alsof Duhamel al schrijvend ontdekte waar zijn personage naartoe wilde, maar het begin te mooi vond om het te herschrijven volgens dat nieuwe inzicht. Het geeft het boek een charmante interne spanning en behoedt het voor de nietszeggendheid die dit soort meneertjesverhalen vaak aankleeft. En al snel wordt duidelijk dat het Duhamel niet te doen is om één afwijkend individu, maar om het moderne individu in het algemeen. ‘Ik ben zo’n gewoon man,’ zegt Salavin, ‘zo gelijkend op alle andere mensen.’ En elders heeft hij het ronduit over ‘de mens, dat weerzinwekkende wezen’.

Is de mens inderdaad zo weerzinwekkend? Op grond van dit verhaal zou je denken dat het wel meevalt. Salavin vindt zichzelf weerzinwekkend omdat zijn gedachten een voortdurende ‘verloochening’ en ‘aanfluiting’ van zijn daden zijn: hij slaagt er niet in die twee met elkaar te verenigen en schaamt zich voor het verraad dat hij in gedachten pleegt jegens zijn moeder en zijn beste vriend. Maar juist doordat hij zijn eigen gedachten verfoeit en de grens tussen droom en daad niet overschrijdt, is hij niet de immorele persoon die hij meent te zijn.

La Rochefoucauld zei het al: je bent nooit zo gelukkig of zo ongelukkig als je denkt. Duhamel heeft dat op een subtiele manier aanschouwelijk weten te maken, en blijkbaar niet tot zijn eigen ongenoegen, want na Middernacht volgden nog vier romans over dezelfde Salavin, de kleine man die naar heiligheid verlangt. Hopelijk worden die gauw ook vertaald – maar dan graag wel in een wat rijpere vertaling, zonder conciërges die ‘bezig zijn dood te gaan’.

  • Georges Duhamel, Middernacht, vertaald door Chris van de Poel. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2006.

[de Volkskrant, 8 december 2006, © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email