De zichtbare vertaler 6: Schaduwauteur

Toen de vorige aflevering van deze column abusievelijk de titel ‘De onzichtbare vertaler’ had meegekregen in plaats van het tegendeel, was ik voorbereid op een storm van protesten. Niets daarvan: totale stilte, alsof iedereen in die titel een bevestiging zag van iets wat hij allang wist, of erger nog, alsof het een evident pleonasme betrof. En feitelijk gezien is het dat ook. Vertalers zijn doorgaans onzichtbaar, ze verschijnen niet in het openbaar en niet op tv, niet op de opiniepagina’s van de kranten en niet bij de koningin om te worden geridderd. Zelfs in hun eigen maaksels zijn ze voor gewone stervelingen onzichtbaar, behalve als ze iets fout doen, wat gelukkig maar heel zelden gebeurt.

Waarom zouden vertalers überhaupt zichtbaar moeten zijn? De meesten van hen vinden dat solitaire leven in de schaduw wel prima. En geef ze maar eens ongelijk: wat is er nu heerlijker dan mooie boeken te kunnen maken zonder de last van de beroemdheid te hoeven dragen? Voor het broodnodige contact met de buitenwereld en met gelijkgestemde zielen zijn er de Literaire Vertaaldagen en de talrijke uitgeversborrels, een complimentje van een recensent en het moreel zit er weer voor een paar maanden goed in, kortom er lijkt weinig reden tot klagen, temeer omdat de financiële situatie van de literair vertaler in Nederland door het bestaan van het Fonds voor de Letteren als paradijselijk kan worden beschouwd in vergelijking tot die in andere Europese landen.

Toch is een zekere mate van zichtbaarheid niet alleen wenselijk, maar zelfs ook noodzakelijk, juist om de hierboven geschetste paradijselijke situatie in stand te houden, of beter nog, te versterken. Zichtbaarheid roept waardering op, zowel in symbolische als in financiële zin. Niet toevallig zijn de landen waar vertalers het slechtst worden betaald ook de landen waar de status van de vertaler het laagst is en waar hij in de praktijk de minste zeggenschap over zijn maaksel heeft. In het ‘auteurschap’ van de vertaler, het feit dat hij een ‘werk van letterkunde’ (zoals de auteurswet het noemt) heeft gemaakt dat voorheen niet bestond, ligt zijn kapitaal, dat hij nodig heeft om in de schaduw zijn gang te kunnen gaan, maar dat hij alleen kan benutten door zichtbaar te zijn waar en wanneer het moet.

Vandaar ‘de zichtbare vertaler’. Idealiter (in mijn ogen) is dat iemand die beseft dat een vertaling per definitie niet kan samenvallen met de oorspronkelijke tekst en die van dat negatieve basisgegeven een positief wapenfeit maakt: vertalen is een uitvoerende kunst, en elke goede uitvoering geeft een eigen visie op de brontekst. Het is iemand die zijn naam vermeld wil zien overal waar de naam van de oorspronkelijke auteur wordt vermeld (titelpagina, uitgeversbrochure, advertenties, recensies), niet uit ijdelheid maar om de persoonsgebonden eigenheid van de vertaling te benadrukken. Het is iemand die niet te beroerd is om in lezingen en radioprogramma’s zijn ideeën uiteen te zetten, opnieuw niet uit ijdelheid maar om duidelijk te maken dat er naast het beruchte ‘vertaalverlies’ ook een ‘vertaalwinst’ bestaat.

Je moet er wat voor over hebben om een schaduwauteur te kunnen zijn.

[VvL.nu 2 (winter 2006), © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email