Baise m’encor

Op een mooie middag in juli 1984 stond ik zuidwaarts te liften bij de Parijse Porte d’Italie. Na uren tevergeefs met mijn duim omhoog te hebben gestaan, raapte ik mijn moed bijeen en belde vanuit een telefooncel de enige persoon die ik in Parijs kende, een performance-kunstenares die ik een paar dagen eerder op een workshop butohdans had ontmoet. Haar naam was Catherine. Ze nam op, ze was alleen, ze nodigde me uit. Later die zomer zond ze me een sonnet. De naam van de auteur was Louise. De eerste regels luidden:

Baise m’encor, rebaise moy et baise :
Donne m’en un de tes plus savoureus,
Donne m’en un de tes plus amoureus :
Je t’en rendray quatre plus chaus que braise.

In het hoofse taalgebruik van de zestiende-eeuwse Louise was het woord baiser minder seksueel geconnoteerd dan in hedendaags Frans. De vijf door Vlamingen vertaalde versies van het sonnet die aanwezig zijn in de bibliotheek van het Gentse Poëziecentrum geven als beginregel dan ook stuk voor stuk variaties op het thema ‘kussen’. Maar ik hoorde in baiser niet de stem van Louise, ik hoorde de stem van Catherine. Drieëntwintig jaar na dato nam ik die persoonsverwisseling tot uitgangspunt voor een schaamteloze update. De eerste regels luidden:

Neuk me nog eens, neuk me en blijf me neuken;
Maak me klaar zo smakelijk als je kunt,
Smoor me gaar in al het liefs dat je gunt;
Vier keer zal ik je neuken op de keuken-

[Tafel…]

[De vondst, Literaire Vertaaldagen 2008, © Rokus Hofstede]

Zie ook: Labé geüpdatet en Variaties op Louise.

Print Friendly, PDF & Email