Riskante relaties: de spagaat

Het meest opvallende en destijds meest vernieuwende aspect van Les Liaisons dangereuses is het stilistisch realisme. Elk personage heeft zijn eigen stijl en verhoudt zich op zijn eigen manier tot de achttiende-eeuwse conventies. Aanvankelijk (behoorlijk lang) legde ik in mijn vertaling daarom sterk de nadruk op die conventies: het korset van de wellevendheid met zijn vereiste elegantie, afstandelijkheid en geijkte formules, waartegen de individuele expressie afsteekt als scheurtjes (en in sommige gevallen forse scheuren) tegen een sierplafond. Het was immers een boek over salons en gepoederde pruiken, dus wat zou ik er anders van moeten maken dan een bedwelmende kostuumroman, in de stijl van de prachtige verfilming door Stephen Frears?

Maar toen ik al behoorlijk ver op weg was en mijn vertaling begon te herlezen, merkte ik algauw dat het niet werkte. De brieven waren weliswaar uitermate welluidend en riepen een prachtige 18de-eeuwse salonsfeer op, maar al dat poeder werd mij als astmaticus wat te veel; of liever gezegd, het was te saai. Dat kwam voor een groot deel doordat ik ervoor had gekozen om de u-vorm zoveel mogelijk aan te houden: ook Valmont en Merteuil, de twee grootste brievenleveranciers, vousvoyeerden elkaar, want dat deed men in die tijd, en het tijdsbeeld was me heilig – waarbij ik er stiekem ook van genoot om precies de tegengestelde strategie te volgen als ik met kornuit Hof bij Proust had gedaan (van wie we juist de moderniteit hebben willen laten zien).

– En nu breekt de werkelijkheid dit blog binnen, want terwijl ik dit zit te schrijven vraagt kornuit Hof of ik misschien even een blik wil werpen op een oude blogpost van hem, met de vraag of die geschikt is voor herpublicatie. Het is een erg mooi tekstje, zéér geschikt, maar wat lees ik daar?

Bij het vertalen van oudere teksten wordt de vertaler namelijk voor een dilemma geplaatst: wat moet hij accentueren, de vitaliteit van de tekst of de historische afstand die ons van die tekst scheidt? Voor mij is het antwoord duidelijk: als ik moet kiezen tussen een anachronisme en een archaïsme, kies ik voor het eerste. Niet het optrekken van praalgraven, maar het inblazen van leven is wat een vertaler voor ogen zou moeten staan. Een vertaler die zich bij de vertaling van een Franse roman uit 1896 het gebruik van alle na 1896 ontstane Nederlandse woorden ontzegt, geeft blijk van een trouw die misplaatst is. Dat is misschien een open deur, maar sommige vertalers huldigen wel degelijk die stelregel.

Natuurlijk is dat niet precies de situatie waarin mijn Laclos-vertaling verkeerde, want ik heb nooit betoogd dat het boek moest klinken zoals het in 1782 in het Nederlands zou hebben geklonken (wat overigens iets volstrekt belachelijks en onleesbaars zou hebben opgeleverd). Een praalgraf moest het ook al niet worden, maar ik was inderdaad wel bewust aan het archaïseren, zoals Hella Haasse ook doelbewust archaïseert in haar Daal- en Bergse brieven: ook archaïsering is een literair stijlmiddel, dat vooral voor schrijvers van historische romans erg effectief kan zijn (mits met mate gebruikt). Maar inderdaad schoof ik zelf na de half mislukte archaïsering ook voetje voor voetje op in de richting van het door vertalers doorgaans zo verfoeide anachronisme (waarmee je als vertaler immers ‘zichtbaar’ wordt in de tekst, terwijl archaïsmen veel makkelijker aan ‘het boek zelf’ kunnen worden toegeschreven).

Ik zeg ‘voetje voor voetje’, maar daarbij ging het wel maar om één been. Zou ik namelijk het 18de-eeuwse keurslijf helemaal hebben losgeregen en de personages allemaal een vlot, hedendaags Nederlands hebben laten schrijven, dan was het hele fundament onder het boek weggeslagen. Dat kan, maar dan moet eigenlijk ook de setting worden getransponeerd naar onze tijd – zoals in sommige filmbewerkingen (Les Liaisons dangereuses van Roger Vadim en Cruel Intentions van Roger Kumble) ook inderdaad is gebeurd; er bestaat trouwens zelfs een briljante herschrijving van de roman in tweets: Dangerous Tweets. Kortom, ik besloot tot een aanpak die ik bij dezen graag de spagaat zou willen dopen: zoveel mogelijk exotiseren/archaïseren om het historische Franse kader neer te zetten en tegelijk zoveel mogelijk naturaliseren/moderniseren om het boek ‘leven in te blazen’ (Hof gebruikt dezelfde metafoor als ik in mijn nawoord doe). Waarbij ik uiteraard op het scherp van de snede bleef vertalen, zonder in vervlakkende parafrases te vervallen.

Het belangrijkste inzicht was daarbij dat het thema van het libertinisme niet alleen op het niveau van het verhaaltje speelt, maar ook op het niveau van de schrijfstijl zelf, die eigenlijk zo sterk met elkaar verweven zijn dat je ze nauwelijks van elkaar kunt scheiden. De ‘losbandige’ personages (Valmont en vooral Merteuil) hebben ook een stijl die zich losrukt uit de banden van de conventies, en om die spanning voelbaar te maken voor een hedendaags Nederlandstalig publiek, dat bij gebrek aan vaste stijlconventies veel minder gevoelig is voor grensoverschrijdend schrijfgedrag, was er eigenlijk maar één oplossing: de genoemde spagaat. Vandaar dat ik de Franse adellijke titels onvertaald laat (met als bijkomend voordeel dat het foeilelijke woord ‘burggraaf’ zo kon worden vermeden) en de tekst in strijd met mijn gewoonte doorspek met Franse woorden als monsieur, madame en adieu, terwijl ik de twee libertijnen (met name Merteuil) een sterk hedendaags gekleurd Nederlands laat schrijven: snel, compact en zelfs met een aantal moderne Engelse leenwoorden (dumpen, flirten, close – dat laatste natuurlijk als hulde aan de onvergetelijke Glenn Close). Het is allemaal zodanig ingebed in het weefsel van het boek dat er van al te grote stijlbreuken geen sprake is, dus ik heb goede hoop dat de willing suspension of disbelief naar behoren werkt – als in een hedendaagse historische roman. Hoewel er natuurlijk altijd lezers zullen zijn die het een schande vinden, een verraad aan het prachtige 18de-eeuwse Frans; en zo hoort het.

Er is één plaats in het boek waar de twee benen van de spagaat samen in één kort zinnetje staan. Dat is in brief 127, waar marquise de Merteuil schijnbaar woedend reageert op een nogal zelfingenomen brief van de vicomte (maar hem intussen nog snel even een wortel voorhoudt). Haar slotformule luidt, met een ironische verwijzing naar het geijkte ‘uw zeer nederige en gehoorzame dienares’ (waarmee présidente de Tourvel heel toevallig de brief erna besluit): ‘Votre servante, monsieur le vicomte.’ Dat kan natuurlijk prima worden vertaald met een formule als ‘geheel de uwe’ (die dan een sarcastische lading krijgt), maar ik vroeg me toch af of er niet meer aan de hand was; zou het geen idiomatische wending zijn? En warempel! Dictionnaire de l’Académie, 1762: ‘Une femme dit, Je suis votre servante, pour dire, Je ne suis pas de votre avis, je ne saurois faire ce que vous désirez. Il est du style familier.’ Wat ik dus nodig had was een vaste, spreektalige uitdrukking om een ferme afwijzing kenbaar te maken. ‘U kunt de pot op, monsieur le vicomte.’

Print Friendly, PDF & Email

2 gedachten over “Riskante relaties: de spagaat”

  1. Geachte heer De Haan, Beste Martin,

    Geweldig zo’n blog, waarin u ons kijkjes in de keuken van het vertalen gunt en waarin u geïnteresseerden de gelegenheid geeft mee te denken! Ook ik wil graag een duit in het zakje doen of liever drie, want er zijn drie dingen waarop ik wil reageren: de keuze van de titel van het boek, het niet vertalen van adellijke titels en U kunt de pot op.

    De titel

    ‘Riskante relaties’ zou ik niet gekozen hebben. Ik vind de alliteratie wel degelijk opvallen en daarom gekunsteld aandoen.
    Het woord ‘liaison’ komt in het boek volgens mij vaak dichtbij wat wij een ‘kennis’ noemen, dus de titel zou ook kunnen luiden ‘Gevaarlijke kennissen’ of misschien ‘Gevaarlijke vrienden’ of desnoods ‘Verkeerde vrienden’.
    Ik zie in het woord ‘gevaarlijk’ in combinatie met vrienden of kennissen of relaties niet het idee verstopt dat die personen gewelddadig zouden zijn.

    Maar de beste oplossing is volgens mij om de titel onvertaald te laten, omdat de Franse titel bij een lecteur averti bekend is, ‘liaison’ ook in de Nederlandse taal voorkomt en die lecteur vast ook de film ‘Dangerous liaisons’ kent.

    Adellijke titels

    Eigenlijk ligt het niet vertalen van de titel in lijn met het niet vertalen van de adellijke titels, dus dat laatste juich ik toe. Waar het wel vertalen van met name ‘marquise’ toe kan leiden, blijkt uit het volgende waar gebeurde verhaal.
    Een docente aan de VU vertaalde jaren geleden met haar studenten ‘Les épaules de la marquise’, een kort verhaal van Emile Zola. Zij vond dat de titel van het verhaal moest worden vertaald met ‘De blanke schouders van de gravin’. Haar argumenten:
    – ‘épaules’ heeft hier een sensuele connotatie en die moet je dan ook weergeven (let op dat ‘moet’!);
    – de adellijke titel ‘markiezin’ kun je niet gebruiken, omdat 1. zoekwerk op internet laat zien dat deze titel in Nederland niet meer gevoerd wordt, 2. haar studenten bij het woord ‘markies’ aan ‘zonwering’ denken en 3. omdat een doelgroep – basisschoolleerlingen – niet zou weten wat een markies of markiezin is.
    Ik neem aan dat die docente ook de markies van Carabas uit de Gelaarsde kat met het grootste gemak in een graaf had omgetoverd! Zou het bij u, meneer De Haan, zijn opgekomen om de marquise de Merteuil in het Nederlands comtesse de Merteuil te noemen?!

    U kunt de pot op

    Graag wil ik nog even ingaan op de vertaling van ‘Votre servante, monsieur le vicomte’ met ‘U kunt de pot op, meneer de Vicomte’.
    Ik begrijp volkomen uw gedachte dat er meer achter deze uitlating zit dan je met ‘Uw dienares’ kunt weergeven. En met uw spagaat en uw pot in mijn achterhoofd kwam ik op het wat archaïsch klinkende ‘U kunt me de bout hachelen’. ‘Bout’ is Bargoens voor ‘poep’, denk aan ‘bouten’.
    Zelf zou ik, omdat ‘U kunt de pot op’ wat buiten het register ligt en nogal ver van het Frans af staat, hebben gekozen voor ‘De groeten!’, wat ook een ferme afwijzing kan inhouden.

    Ben benieuwd naar uw reactie.

    Mijn hartelijke groeten,

    Wim Neijboer
    Alkmaar
    Vertaler Frans en Engels

  2. Dag Wim,

    Sorry voor de late reactie!

    Over de titel heb ik eindeloos nagedacht, ik ben uiteindelijk uitgekomen op Riskante relaties en dat bevalt me nog steeds prima, om de al uiteengezette redenen – maar we hoeven het gelukkig niet altijd met elkaar eens te zijn! Het laten staan van de Franse titel vind ik een zwaktebod, en bovendien zet je de Nederlandse lezer dan op het verkeerde been omdat die waarschijnlijk denkt dat “liaisons” liefdesrelaties zijn. Het woord “kennissen” kan niet, want in de roman duidt “liaison” zowel op de relatie als op de persoon met wie je die relatie hebt.

    Ik vind “De groeten!” heel mooi gevonden! Mijn eigen oplossing vind ik goed werken binnen de context (de marquise doet alsof ze woedend is) en omdat de twee leden van de zin zo heerlijk met elkaar vloeken. Overigens heeft Hans Boland de uitdrukking “de bout hachelen” onlangs gebruikt in zijn vertaling van Anna Karenina (en in de titel van het boekje daarover), dat is voor mij al een reden om het zelf niet te doen.

    Over de adellijke titels heb ik overlegd met de Hoge Raad van Adel, zij raadden me aan de Franse titels te laten staan (omdat de Nederlandse titels niet precies corresponderen) en dat heb inderdaad ook gedaan, maar vooral om twee redenen: ik wilde die titels benutten om de couleur locale sterker aan te zetten, en de titel “burggraaf” vind ik erg lelijk. Dat er in Nederland geen markiezinnen meer bestaan, zou voor mij geen belemmering zijn om “marquise” te vertalen met markiezin.

    Groet,
    Martin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.