Choderlos de Laclos, Riskante relaties, fragment

Bij mijn intrede in de grote wereld was ik nog ongetrouwd en zodoende gedwongen stilletjes toe te zien; ik heb die tijd benut om goed om me heen te kijken en na te denken. Terwijl ik voor onnozel of verstrooid doorging, eigenlijk nauwelijks luisterend naar wat men me allemaal wilde inprenten, zoog ik alles in me op wat men voor me verborgen wilde houden.

Door die nuttige nieuwsgierigheid leerde ik veel, en ook te veinzen. Vaak was ik gedwongen de mensen om me heen niet te laten merken waar mijn aandacht naar uitging, terwijl ik mijn ogen wel zo goed mogelijk de kost gaf; uit die tijd dateert het masker van verstrooidheid dat ik graag opzet en dat jij zo vaak hebt geprezen. Aangemoedigd door dat eerste succes probeerde ik ook de verschillende gelaatsuitdrukkingen onder controle te krijgen. Als ik verdrietig was, oefende ik me om kalm of zelfs vrolijk te kijken; ik ging in mijn ijver zelfs zover om mezelf expres te pijnigen en daarbij een genietend gezicht te trekken. Met evenveel zorg, maar grotere moeite bewerkte ik mezelf om de symptomen van plotselinge blijdschap te onderdrukken. Zo heb ik die macht over mijn gezicht gekregen waarover jij je soms zo hebt verbaasd.

Ik was nog heel jong en men zag me nauwelijks staan. Het enige wat ik had waren mijn gedachten, en ik was verontwaardigd bij het idee dat iemand me die zou afnemen of er op slinkse wijze inzicht in zou weten te krijgen. Eenmaal in het bezit van die eerste wapens begon ik me te oefenen in het gebruik ervan: niet alleen liet ik me niet meer doorgronden, ik maakte er ook een spelletje van om telkens andere gedaanten aan te nemen. Toen ik zodoende zeker was van mijn gebaren, richtte ik me op mijn woorden; naargelang van de omstandigheden, of zelfs van mijn grillen, paste ik beide naar believen aan, en vanaf dat moment was wat ik dacht helemaal voor mezelf, ik liet alleen nog zien wat me nuttig leek.

Door zo aan mezelf te werken had ik aandacht gekregen voor lichaamstaal en gezichtsexpressies, en zo kreeg ik mijn alziende blik; ik weet uit ervaring dat ik daar niet volledig op kan blindvaren, maar hij heeft het toch maar zelden mis.

Ik was nog geen vijftien en bezat toen al de talenten waaraan het grootste deel van onze politici zijn reputatie te danken heeft, maar dat waren nog maar de eerste beginselen van de wetenschap die ik onder de knie wilde krijgen.

Je snapt wel dat ik net als alle meisjes erg nieuwsgierig was naar de liefde en de genietingen ervan, maar omdat ik niet in het klooster had gezeten, geen goede vriendin had en door een waakzame moeder in de gaten werd gehouden, had ik er alleen maar vage, onvaste ideeën over; ook de natuur, waarover ik later absoluut niet te klagen heb gehad, gaf me nog geen enkele aanwijzing: je zou haast hebben gezegd dat ze in stilte haar werk vervolmaakte. Alleen mijn hoofd gistte: ik wilde niet genieten, ik wilde kennen, maar hoe? Mijn weetgierigheid bracht me op een idee.

[fragment uit Choderlos de Laclos, Riskante relaties (Les Liaisons dangereuses), brief 81, vert. Martin de Haan. De Arbeiderspers, 2017]

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *