Michel Houellebecq, Serotonine, fragment

Ik had nog nooit van mijn toch niet heel korte leven voet gezet in een Centre Leclerc. Ik was verbluft. Nooit had ik gedacht dat er een winkel met zo’n uitgebreid assortiment bestond, in Parijs waren zulke dingen ondenkbaar. Bovendien had ik als kind in Senlis gewoond, een ouderwetse, burgerlijke, in bepaalde opzichten zelfs anachronistische stad – en mijn ouders hadden tot aan hun dood hun best gedaan om met hun aankopen de kleine buurtwinkeltjes te ondersteunen. En Méribel laten we het daar maar niet over hebben, dat was een kunstmatige, uit de grond gestampte plek, ver weg van de authentieke mondiale handelsstromen, pure toeristische voor-de-gek-houderij. Het Centre Leclerc van Coutances was andere koek, daar bevonden we ons echt in het super-, nee hypermarktwezen. Voedingswaren uit alle windstreken lagen in eindeloze schappen uitgestald, en ik werd bijna duizelig toen ik dacht aan de achterliggende logistiek, aan immense containerschepen die onbestendige oceanen overstaken.

          Zie slapend in grachten
          Vaartuigen daar wachten
     Die van reisverlangen branden;
          Om elk van jouw grillen
          Gewillig te stillen
     Gaan zij naar de verste landen.

Na een uur te hebben rondgelopen, mijn wagentje zat al voor meer dan de helft vol, moest ik tegen wil en dank weer denken aan de potentiële Moldavische aan wie Aymeric het geluk had kunnen, had moeten schenken, en die nu in een obscure uithoek van haar geboorteland zou sterven zonder ook maar het bestaan van dit paradijs te hebben vermoed. Weelde en rust, dat kon je wel zeggen, met Baudelaire. Orde, schoonheid en lust, absoluut. Arme Moldavische; en arme Aymeric.

[Michel Houellebecq, Serotonine, vertaald door Martin de Haan. De Arbeiderspers, 2019.]

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.