De bel en de klepel

Voor Hof en Haan staat het jaar 2012 in het teken van Marcel Proust, van wie we Du côté de chez Swann vertalen voor de Perpetuareeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep. Het is een tamelijk gewaagde onderneming, want er bestaan al twee andere vertalingen van dit deel van de Recherche, waarvan de recentste (door Thérèse Cornips) nog maar kort geleden is verschenen, in 2009. Over de redenen van onze hervertaling hebben we ons elders al uitgelaten. Op dit blog zullen we vanaf nu regelmatig schrijven over het concrete vertaalproces – waarbij ook de bestaande vertalingen (inclusief de twee Engelse en drie Duitse) uiteraard ter sprake zullen komen.

Eerst maar eens een kort stukje over de openingszin: ‘Longtemps, je me suis couché de bonne heure.’ De grote vraag is hier nog steeds (cf. deze eerdere post) of we ons iets moeten aantrekken van de kritiek die de eerste Nederlandse vertaler, Nico Lijsen, kreeg omdat hij het woordje ‘tijd’ niet had opgenomen in zijn openingszin (‘Heel lang ben ik vroeg naar bed gegaan’), terwijl de roman in het Frans begint én eindigt met het woord temps, tevens het hoofdthema van het boek. Het woord komt overigens in de volgende twee zinnen nog twee keer terug:

Parfois, à peine ma bougie éteinte, mes yeux se fermaient si vite que je n’avais pas le temps de me dire : « Je m’endors. » Et, une demi-heure après, la pensée qu’il était temps de chercher le sommeil m’éveillait […].

Drie keer temps binnen zo’n kort bestek, dat kan geen toeval zijn – of liever gezegd, dat mag geen toeval zijn: of Proust het nu expres gedaan heeft of niet, de herhaling is opvallend en betekenisvol. De vraag blijft alleen of dit alles een gekunstelde openingszin zoals die van Tovertaal (‘Heel lang ben ik op tijd naar bed gegaan’) of Thérèse Cornips (‘Lang ben ik bijtijds gaan slapen’) wel waard is, in aanmerking genomen dat de niet-ingewijde lezer hoogstwaarschijnlijk vloekend over de klepel zal struikelen zonder de bel te horen rinkelen. En kun je niet ook betogen dat het thema tijd al voldoende wordt benadrukt door ‘lang’ (in de beginzin) plus twee keer ‘tijd’ (in de twee volgende zinnen)? ‘Lang ben ik vroeg naar bed gegaan’: misschien wordt dat hem wel. Voor de gelegenheid bieden wij onze lezers hier onder de kans om te reageren (deze post eerst openen in een apart venster). Het beste idee zal worden beloond met een exemplaar van Aan de kant van Swann, of hoe het boek ook mag gaan heten.

Overigens bestaat er van grote stukken Proust nog een derde Nederlandse vertaling: door Céline Linssen, die de basistekst leverde voor de veelgeroemde Proust-cyclus van het ro theater. Zij vertaalt: ‘Lange tijd ben ik vroeg naar bed gegaan.’

Print Friendly, PDF & Email

5 antwoorden op “De bel en de klepel”

  1. Zelf zou ik het precies zo vertaald hebben als C. Linssen: ‘Lange tijd ben ik vroeg naar bed gegaan’. Dit is dicht bij het origineel, de vertaling klinkt niet gekunsteld en het woord ‘tijd’ zit er ook nog in. Lijkt me zo ‘Simple comme bonjour!’…

    1. Ja, dat blijft natuurlijk een optie. Maar wij beiden vinden ‘lange tijd’ aan het begin van de zin nogal zwaar klinken in vergelijking met het heel neutrale ‘longtemps’ (zie o.a. dit stukje). En kennelijk hadden Lijsen en Cornips dat probleem ook, gezien de oplossingen die zij hebben gekozen. Simpel is het dus allerminst.

  2. Beginnen met het woord ‘tijd’ is wellicht het mooiste streven. Misschien is het dan aardig om te beginnen met het woord ‘tijdenlang’. Iets als ‘Tijdenlang ben ik vroeg naar bed gegaan.’ Of wat vloeiender: ‘Tijdenlang ben ik vroeg gaan slapen.’

    Ik ben in elk geval erg benieuwd naar het eindresultaat!

    1. Uiteraard hebben we ook aan ‘tijdenlang’ gedacht. Maar dat legt naar onze smaak te veel nadruk op die tijdsduur, het moet toch een terloopse vermelding blijven. En ‘gaan slapen’ is natuurlijk prima, maar het woord slaap/slapen komt al erg veel voor in deze beginpassage, dat kan een storende herhaling opleveren.

  3. En warempel, zeven maanden later kom ik met een radicaal nieuw vertaalvoorstel, waar we maar eens goed over moeten gaan delibereren:

    Er is een tijd geweest dat ik vroeg naar bed ging.

    Immers, zoals de genese van de Recherche heel duidelijk laat zien (zie ons nawoord bij Tegen Sainte-Beuve), gaat het in die beginzin om het contrast tussen heden (waarin de bedlegerige hoofdpersoon ’s nachts wakker is en overdag slaapt) en verleden (toen hij nog wel ’s nachts sliep). Dat contrast wordt in deze nieuwe oplossing heel duidelijk, terwijl ook de haast spreektalige ongedwongenheid van de Franse zin bewaard blijft. En het woord ‘tijd’ verschijnt erin op een volstrekt natuurlijke manier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.