Paul Huigsloot (1952-2013)

‘Thomas trachtte zich los te maken uit de kleurloze vloed die hem overweldigde. Een felle kou verlamde zijn armen. Het water draaide kolkend rond. Was dit werkelijk water? Nu eens dwarrelde het schuim als wittige vlokken voor zijn ogen, dan weer greep de afwezigheid van water zijn lichaam beet en sleurde het heftig mee. Hij ademde trager, een moment lang hield hij de vloeistof binnen die de windvlagen hem tegen het hoofd joegen: een lauwe zachtheid, een vreemd brouwsel in een van smaak beroofde mond. Vervolgens gaven zijn ledematen, van vermoeidheid of om een onbekende reden, hem dezelfde gewaarwording van vreemdheid als het water waarin ze rondbewogen. Die gewaarwording scheen hem aanvankelijk bijna aangenaam. Al zwemmend zette hij een soort dromen voort waarin hij één werd met de zee. De bedwelming van het uit zichzelf treden, in de leegte glijden, zich verliezen in het denken van het water, deed hem alle onbehagen vergeten. En zelfs toen deze denkbeeldige zee, die hij steeds intenser werd, op haar beurt de werkelijke zee was geworden waarin hij bijna was verdronken, was hij niet zo ontdaan als hij had moeten zijn: het had zeker iets ondraaglijks zo op goed geluk te zwemmen met een lichaam dat hem uitsluitend diende om te denken dat hij zwom, maar hij voelde het ook als een verlichting, alsof hij eindelijk de sleutel tot de situatie had gevonden en het er voor hem slechts op aankwam om met een afwezig organisme in een afwezige zee zijn eindeloze reis voort te zetten.’

[Maurice Blanchot, Thomas de Duistere, vertaling P.I. Huigsloot & J.J. Oskamp (Stichting Hölderlin, 1996, p. 8-9). Paul Huigsloot laat een bescheiden vertaaloeuvre na: behalve Thomas de Duistere en een vijftal Blanchot-essays in Het wakende woord. Literatuur, ethiek en politiek bij Maurice Blanchot, red. Annelies Schulte Nordholt, Laurens ten Kate en Frank vande Veire (Sun, 1997), behoort daartoe vooral De menselijke soort van Robert Antelme (Sun, 2001), een vertaling van L’espèce humaine, de klassieker uit de kampliteratuur die zo’n diepe indruk op Maurice Blanchot, Sem Dresden, Georges Perec en anderen heeft gemaakt en waarvan het bestaan in het Nederlands louter aan Huigsloots inzet en vasthoudendheid te danken is. Als er één inmiddels niet meer leverbare titel een herdruk verdient, dan deze wel. R.H.]

Print Friendly, PDF & Email