De man in de schaduw

Een vijftigjarige schrijver herinnert zich hoe hij dertig jaar eerder in Parijs een meisje en haar vriend heeft leren kennen: zij vragen hem op straat waar het dichtstbijzijnde postkantoor is, hij loopt met hen mee, maar het is al niet meer nodig, ze zien een tabakswinkeltje en kopen daar hun postzegels. Hij vergezelt hen naar hun hotel, ’s avonds eten ze samen wat in een café, en dat is het begin – ja, waarvan eigenlijk? Een vriendschap? Het woord valt niet, net zomin als dat andere: liefde.

Toch is Uit verre vergetelheid, het voorlaatste boek van de Franse schrijver Patrick Modiano, onmiskenbaar een liefdesroman.… > Lees verder

Bamboegrammen uit Gent

In 1975 verscheen er van de hand van de Franse dichter en romancier Raymond Queneau (bekend van o.a. Stijloefeningen en Zazie in de metro) een merkwaardig boek – zijn laatste overigens. Deze dichtbundel, laten we het zo maar noemen, bestaat uit drie delen, waarvan de laatste twee overduidelijk op de Yijing, het Chinese Boek der Veranderingen geïnspireerd zijn. Misschien is dat de reden waarom de specialisten ook bij het raadselachtige eerste deel een Chinese inspiratiebron hebben vermoed? Wie zal het zeggen. In ieder geval heb ik zelf de gangbare herleiding van de gedichten van dit eerste deel tot het klassieke Chinese genre van de lüshi (normgedicht) altijd nogal geforceerd gevonden.… > Lees verder

Over haast, onwetendheid en andere deugden

Vertalingen via een tussentaal zijn ongetwijfeld zo oud als de weg naar Rome. Sterker nog, het ligt voor de hand te veronderstellen dat de eerste vertalingen uit een nog niet ontsloten taalgebied altijd via een derde taal plaatsvinden, eenvoudigweg omdat de kennis voor een rechtstreekse vertaling ontbreekt. Maar ook wanneer die kennis wel aanwezig is, blijken er, vooral in een klein taalgebied als het onze, nog voldoende redenen te bestaan om bijvoorbeeld Chinese boeken te vertalen via het Duits of het Engels. De sporen die de tussentaal per definitie nalaat lijkt men daarbij voor lief te nemen, om nog maar te zwijgen over de dubbele kans op vertaalfouten.… > Lees verder

Het glazen huis van Edu Borger

Het is 23 juni 1975, iets voor achten ’s avonds. De steenrijke zonderling Percival Bartlebooth zit aan zijn werktafel, met in zijn hand het laatste stukje van de legpuzzel die voor hem ligt. Een moment later is hij dood. Dat is kort samengevat het plot van La Vie mode d’emploi, het zeshonderd pagina’s tellende hoofdwerk van Georges Perec. De plaats van handeling is 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs, en het hele boek is in feite niets anders dan een denkbeeldige foto van dat ene huis op dat ene moment, of liever gezegd: een denkbeeldig schilderij, want het boek valt vrijwel geheel samen met het plan van de schilder Valène om het gebouw waarin hij woont op doek te brengen.… > Lees verder

Qui a peur de la traduction?

Qui a peur de la traduction? En tout cas pas ceux qui l’étudient de façon professionnelle, dirait-on. Toutefois, c’est le contraire qu’on se voit obligé de constater en lisant ces Actes. Il paraît en effet que la traduction en tant que telle n’est plus guère qu’un prétexte pour maint théoricien de la traduction littéraire. Si tous s’accordent pour comprendre le phénomène en question comme l’acte de rendre le même texte dans une autre langue, c’est moins sur la nature de cet acte que sur sa fonction que se concentrent les recherches actuelles. Précisons tout de suite qu’il ne s’agit pas d’un simple caprice: toute traduction impliquant une prise de position normative (la représentation totale de l’original étant impossible), on supposera sans peine que ce sont en dernier lieu les besoins de la culture cible qui dictent les règles du jeu – d’où la légitimité, voire la nécessité d’une approche pragmatique.… > Lees verder

Gedicht en cyclus: enige overpeinzingen over het cyclische principe in de lyriek

Hoewel van zeer veel dichtbundels de opbouw al dan niet grondig bestudeerd is, zijn er tot nu toe nauwelijks studies te vinden die het probleem van omvang en ordeningsprincipes van dichtbundels in zijn algemeenheid benaderen. Blijkbaar heeft elke bundel zozeer zijn eigen idioom dat slechts weinigen zich geroepen voelen om een inventarisatie te maken van de constanten die terugkeren in alle variaties op het thema dichtbundel. Wie daartoe echter toch een poging wil wagen, doet er goed aan om uit te gaan van de aanverwante problematiek van de gedichtencyclus, waar iets meer publicaties over bestaan. In wat volgt zal ik, aan de hand van een van die publicaties, in het kort proberen aan te geven waar de theorie van de gedichtencyclus te kort schiet en de noodzaak oproept van een algemene theorie van de dichtbundel.… > Lees verder