Michel Houellebecq, De kaart en het gebied, fragment

In Michel Houellebecq, schrijver, zo benadrukken de meeste kunsthistorici, breekt Jed Martin met de praktijk van realistische achtergronden die zijn gehele oeuvre in de ‘beroepen’-periode had gekenmerkt. Het is een moeilijke breuk, je voelt dat die hem een grote krachtsinspanning kost, dat hij met een aantal kunstgrepen de illusie van een potentieel realistische achtergrond zo veel mogelijk in stand probeert te houden. Op het schilderij staat Houellebecq tegenover een bureau bezaaid met beschreven of halfbeschreven vellen papier. Achter hem, op een afstand die naar schatting vijf meter bedraagt, is de witte muur volledig behangen met naadloos tegen elkaar geplakte, met de hand beschreven vellen.… > Lees verder

Michel Houellebecq, ‘La Carte et le territoire’, flaptekst

Michel Houellebecq, La Carte et le territoireAls Jed Martin, de hoofdpersoon van deze roman, het verhaal ervan moest navertellen, zou hij misschien beginnen bij een combiketel die het begaf op een koude dag in december. Of bij zijn vader, een bekend, geëngageerd architect, met wie hij tal van eenzame kerstdiners heeft genoten.

Hij zou in elk geval melding maken van Olga, een beeldschone Russische die hij aan het begin van zijn carrière heeft ontmoet toen hij voor het eerst zijn fotografische werk op basis van Michelinkaarten exposeerde. Dat was vóór hij wereldwijd succes boekte met zijn ‘beroepen’-reeks, waarin hij persoonlijkheden uit alle mogelijke milieus (onder wie de schrijver Michel Houellebecq) portretteerde tijdens de uitoefening van hun vak.… > Lees verder

Julien Gracq, ‘Middagrust in Hollands Vlaanderen’, fragment

Je moet erheen gaan in de avondschemering, wanneer de grenswachten van de dagploeg terugkeren naar hun rode bakstenen speelgoedhuisjes nabij, kaarsrecht voorttrappend op hun fietsen met lange zwanenhalzen, terwijl achter je de torens van Brugge, die op deze lage vlakten de lucht in priemen als de verre skyline van een stad in Amerika, naar blauw beginnen te zwemen in de kepen van de populierenlinies. De lege wegen lijken lopend naar het noorden druppelsgewijs hun bloed te verliezen, vertakkend en verzwakkend tot steeds kleinere paadjes, die achter hun bomenrijen tot in het oneindige wegvluchten door de groene woestenij. Achter de boompartijen verheft zich geen enkel dak meer, en er schijnt nog geen enkel licht.… > Lees verder

Pascal Bruckner, ‘De hel die huwelijk heet’

De Franse filosoof Pascal Bruckner noemt het ‘onze hel’, de keerzijde van onze vooruitgang: dat de mannen of vrouwen op wie we verliefd worden nooit voldoen aan onze wensen. ‘Niet omdat we het telkens zo slecht treffen, maar omdat die wensen onvervulbaar zijn.’ Een collage van passages uit zijn boek Le Paradoxe amoureux.

De buitensporigheid van onze tijd schuilt in een redeloze droom: het alles-in-één. Eén persoon moet alles in zich hebben wat ik mij wens. Wie kan aan zulke torenhoge eisen voldoen? De duizelingwekkende toename van het aantal echtscheidingen in Europa komt niet door ons egoïsme, zoals vaak wordt beweerd, maar door ons idealisme: juist doordat we zo graag willen samenleven, kunnen we het niet.… > Lees verder

Yasmina Reza, ‘In de slee van Arthur Schopenhauer’, fragment

Nadine Chipman tot de psychologe

Vaak zeg ik bij mezelf dokter, oude rozenstruiken zijn mooier dan jonge, ze zijn zwaarder, voller, de kleuren zijn feller, goede wijnen worden met de jaren ook beter, de oude rozenstruik heeft moeten vechten om te overleven, hij heeft beproevingen doorstaan en dat maakt hem mooi, misschien denk ik ooit wel je bent oud, je hebt niks meer nodig, wat je nodig hebt is een kat, bloemen, basilicum, je kunt in Griekenland in een klooster wonen met een pope en basilicum, in Hossegor ben ik met mijn moeder meegegaan om een hoed te kopen, ze liet haar keus vallen op een lichtgele hoed met een bloem middenop, een opengewerkte tule die haar nauwelijks bescherming geeft, mijn moeder die vroeger zo mooi was, het staat haar allemaal niet meer, ze zei dat ze dacht dat hij goed was maar door de zonnebril wist ze het niet zeker, ik zei zet je bril af mama, je kan met die bril in de winkel niks zien, ja maar als ik mijn zonnebril afzet krijg ik geen totaalindruk, op het strand heb ik de hoed en de bril op, ze had het heet maar ze was blij, ze wilde dat ik ook blij was, ik dwong mezelf om blij te zijn, toen we naar buiten liepen vroeg ze me of ze er Amerikaans uitzag, ik zei je ziet er elegant Amerikaans uit, elegant ah mooi zo, op het strand van Hossegor heb ik haar zitten observeren in haar vouwstoel, een krom vrouwtje met haar bril en haar hoed, een beetje dik, turend naar de zee, blij met de golven, blij met het weer, zo’n banaal gezicht ’s zomers op het strand, waarom word ik daar zo vreselijk droevig van.… > Lees verder

Milan Kundera, Een ontmoeting, fragment

Milan Kundera, Een ontmoetingGargantua-Pantagruel is een roman avant la lettre. Een miraculeus, nooit meer terugkerend moment, waarin een kunstvorm nog niet is uitgekristalliseerd en dus nog niet normatief afgebakend. Zodra de roman zich begint te profileren als een apart genre of (beter) een autonome kunstvorm, krimpt zijn oorspronkelijke vrijheid; er komen esthetische censoren die menen te mogen decreteren wat wel of niet met de aard van die kunstvorm overeenstemt (wat wel of niet een roman is), en er vormt zich een publiek, dat algauw bepaalde gewoonten en bepaalde eisen heeft. Dankzij die aanvankelijke vrijheid van de roman bevat het werk van Rabelais eindeloos veel esthetische mogelijkheden, waarvan er in de latere ontwikkeling van de roman een aantal zijn verwezenlijkt en andere nooit.… > Lees verder