Charles Baudelaire, Wenken voor jonge letterkundigen (fragment)

IV
OVER HET AFKRAKEN

Alleen dienaren van de dwaling mogen worden afgekraakt. Ben je sterk, dan graaf je je eigen graf als je de strijd aanbindt met iemand die sterk is; al zijn jullie het op bepaalde punten oneens, bij gelegenheid zal hij nog steeds jouw kant kiezen.

Er zijn twee manieren om iemand af te kraken: via de kromme lijn en via de rechte, die tevens de kortste weg is.

Van de kromme lijn zijn genoeg voorbeelden te vinden in de feuilletons van J. Janin. De kromme lijn is aardig voor de buitenwacht maar heeft geen educatieve waarde.

De rechte lijn wordt tegenwoordig met succes gebezigd door een paar Engelse journalisten, maar is in Parijs in onbruik geraakt. Zelfs Granier de Cassagnac lijkt hem alweer te zijn vergeten. Het komt erop neer dat je zegt: ‘X… is een schurk, en een sukkel bovendien. Dat ga ik bewijzen’ – en bewijs het dan maar! Ten eerste…, ten tweede…, ten derde… enzovoort. Deze methode beveel ik iedereen aan die een rotsvast vertrouwen in de rede en eelt op zijn vuist heeft.

Een mislukte poging om iemand af te kraken is een jammerlijk incident. Het is een pijl die als een boemerang terugkeert of op zijn minst je hand ontvelt wanneer hij wegschiet, een kogel die terugkaatst en je dodelijk kan treffen.

[Charles Baudelaire, Wenken voor jonge letterkundigen, (Fr. Conseils aux jeunes littérateurs, 1846), vertaling en nawoord Rokus Hofstede, Perlouses 5, Voetnoot 2004; De Revisor 27:5 (oktober 2000).]

Print Friendly, PDF & Email