Robert Desnos, ‘Het luchtspiegelingenpaleis’ (fragment)

De witgehelmde ontdekkingsreiziger, verdwaald in de woestijn, ziet de statige torens van een onbekende stad oprijzen aan de horizon.

Kaper Weeklacht loopt om drie uur ’s middags door de Tuin van de Tuilerieën, richting Place de la Concorde. Op hetzelfde tijdstip komt Louise Lova door de Rue Royale gestapt. Ter hoogte van Café Maxim’s rukt de wind haar hoed af, hij voert hem mee richting Place de la Madeleine. Met opwaaiende lokken holt Louise Lova erachteraan, ze krijgt hem weer te pakken. Intussen steekt Kaper Weeklacht de Place de la Concorde over en verdwijnt in de Avenue Gabrielle. Drie minuten later steekt Louise Lova op haar beurt het door het revolutionaire executietuig vermaard geworden plein over en slaat de Avenue des Champs-Élysées in. Kaper Weeklacht blijft een ogenblik stilstaan om zijn veters opnieuw te knopen. Hij steekt een sigaret op. Van elkaar gescheiden door de bosjes van de Champs-Élysées stappen Louise Lova en Kaper Weeklacht tezamen in dezelfde richting.

De witgehelmde ontdekkingsreiziger, verdwaald in de woestijn, doet een vergeefse poging om zich te oriënteren op de sterren aan het nachtelijk uitspansel. Een onbekende stad rijst op aan de horizon, de van ontzagwekkende kantelen voorziene torens werpen hun schaduw over een groot gebied. Kaper Weeklacht denkt terug aan een vrouw die hij lang geleden in de Rue du Mont-Thabor heeft ontmoet. Ze hadden een tijdelijk onderkomen gevonden in de hoogsteigen kamer van Jack The Ripper. Het verbaast hem dat zijn gedachten zo nadrukkelijk gespitst zijn op die vrouw, hij wenst haar vurig terug te zien. En Louise Lova, die door welbepaalde herinneringen wordt gekweld, vraagt zich af wat er is gebeurd met de knappe avonturier die haar op zekere avond in de steek liet. Op het schoolbord van een klaslokaal in een bouwvallige middelbare school, een school gelegen ergens in de buitenwijken van een dichtbevolkte stad en dienend als toevluchtsoord van zwerfkatten, stippelt de zwarte geest der omstandigheden routes uit die elkaar rakelings naderen zonder elkaar te kruisen. De witgehelmde ontdekkingsreiziger, verdwaald in een woestijn zonder palmen, draait in trage cirkels rond een mysterieuze, bij geografen niet bekende stad.

Kaper Weeklacht slaat af naar rechts, Louise Lova naar links. De witgehelmde ontdekkingsreiziger nadert dichter en dichter tot de stad die midden in de woestijn is verrezen. Algauw blijkt die stad neer te komen op een piepklein zandkasteeltje dat verwaait in de wind, en onbehagen doordringt de eenzame reiziger, die zich afvraagt met welk nieuw vermogen zijn blik begiftigd is.

[Robert Desnos, ‘Le Palais des mirages’, La liberté ou l’amour!, 1927, in: Terras, nr. 07, vertaling Rokus Hofstede; zie ook op Terras TV, Desnos voorgedragen in de reeks ‘Two minutes’]

Print Friendly, PDF & Email