Annie Ernaux, ‘Meisjesherinneringen’ (fragment)

ernaux_meisjesherinneringen_3dEr zijn mensen die worden overweldigd door de werkelijkheid van anderen, door hoe ze praten, hun benen over elkaar slaan, een sigaret opsteken. Die verzinken in de verhevigde aanwezigheid van anderen. Op een dag, of eerder op een nacht, worden ze meegesleept in de begeerte en de wil van één enkele Ander. Wat ze meenden te zijn, vervliegt. Ze lossen op en zien hoe een afglans van henzelf handelt en gehoorzaamt, meegesleept in de onbekende gang van de gebeurtenissen. Ze lopen steeds achter op de wil van die Ander. Die wil is hun steeds vóór. Hem inhalen doen ze nooit.

Geen onderworpenheid, geen instemming, alleen de verbijstering van de werkelijkheid, waardoor je je enkel afvraagt ‘overkomt mij dit’ of ‘maak ik dit mee’, behalve dat er in zulke omstandigheden geen ik meer is, of het is al niet meer hetzelfde ik. Er is alleen nog die Ander, die de situatie meester is, die heerst over het verloop ervan, over het eerstvolgende moment, dat alleen hij kent.

Dan gaat de Ander weg, je behaagt hem niet langer, je kunt hem niet meer boeien. Hij laat je achter met de werkelijkheid, bijvoorbeeld een bevuild slipje. Hij houdt zich alleen nog met zijn eigen tijd bezig. Jij blijft alleen met je neiging, nu al, om te gehoorzamen. Alleen in een tijd zonder meester.

Het wordt voor anderen dan doodeenvoudig je in te palmen, bezit te nemen van je leegte, je weigert ze niets, je voelt ze nauwelijks. Je wacht op de Meester, op zijn genadige bereidheid je toch tenminste één keer aan te raken. Op een nacht doet hij het, met de onbeperkte macht die hij over je heeft en die je met heel je wezen hebt afgesmeekt. De volgende ochtend is hij er niet meer. Wat maakt het uit, de hoop hem terug te zien is je bestaansgrond geworden, de reden waarom je je kleedt, je schoolt, je examens haalt. Hij zal terugkomen en je zult hem waardig zijn, sterker nog, je zult hem zijn ogen doen uitwrijven, je schoonheid, kennis en zelfverzekerdheid zullen de vage creatuur die je vroeger was doen vergeten.

Alles wat je doet is voor de Meester die je heimelijk hebt gekozen. Maar door te willen stijgen in zijn achting, drijf je, zonder dat je er zelf erg in hebt, onverbiddelijk steeds verder van hem vandaan. Je beseft hoe krankzinnig je streven is, je wilt hem nooit meer terugzien. Je neemt je heilig voor alles te vergeten en er nooit met wie dan ook over te praten. […]

  • Annie Ernaux, Meisjesherinneringen, vert. Rokus Hofstede, De Arbeiderspers 2017