Schaunard, Alexandre

Frans musicus en schilder (1823–1887). Was bevriend met de bohémiens Marcel [zie aldaar], Rodolphe en Colline, met wie hij de zogeheten Vier Musketiers vormde. Ontwikkelde een vernuftig systeem om op de pof te leven: zijn zogeheten vlottende schuld breidde hij uit over een steeds groter netwerk van crediteuren, zodat hij ze tegen elkaar kon uitspelen en zelf te allen tijde kredietwaardig bleef. Verwierf bekendheid met een doek getiteld Geneugten van de vriendschap, voorstellende een vlakte met een rode en een blauwe boom, die zich naar elkaar toe buigen en waarvan de takken elkaar raken. [RH]

  • Henry Murger, Scènes de la vie de bohême, 1851

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

> Lees verder

Tarr, Frederick

Brits schilder, actief in het begin van de 20ste eeuw. Verhuisde op jonge leeftijd naar Parijs en genoot enige bekendheid in de internationale kunstenaarskolonie aldaar. Frederick Tarr gold als een impressionist maar hij onderschreef ook het toentertijd modieuze kubisme. Hij schilderde vrijwel alleen portretten, vaak in helleniserende trant. Tarr hing een individualistische, ascetische kunstopvatting aan. Voor hem bestond er een absolute tegenstelling tussen kunst en leven. ‘Kunst moet allereerst dood zijn, en op de tweede plaats mag ze geen ziel hebben, in de menselijke en sentimentele betekenis van het woord. Goede kunst heeft geen binnenkant’, aldus Tarr. De eisen die hij aan de kunst stelde, legde hij ook de kunstenaar op.

> Lees verder

Soti, Charles

Frans schilder, actief in het einde van de 20ste eeuw. Bewoonde een gerenoveerd kasteel op het Franse platteland. Viel ondanks de nagenoeg ideale scheppingsvoorwaarden die daar heersten regelmatig ten prooi aan creatieve crises. Die crises bestonden voornamelijk uit wachten, zoals hij het zelf uitdrukte, ‘op de ideale samenkomst van licht, muziek en ongeduld’. De zuivere verwachting van een vorm zou de illusie van de zuivere vorm moeten opwekken. Hij wachtte op een noodzakelijk kunstwerk. Aldus ontstond Duimschildering no. 1. Een wesp, die in een pot blauwe verf was gevallen, liet sporen na op het lege doek; de blauwe wesp daagde hem uit tot cirkels en vegen.

> Lees verder

Théorème

Frans schilder. Trouw aan zijn hooghartige kunstopvatting verbood hij zichzelf te schilderen als hij niet door inspiratie werd gedreven. Doorgaans werkte hij aan het verrijken van zijn sensibiliteit in de cafés van Montmartre en aan het verfijnen van zijn kritische zin door zijn schilderende vrienden te observeren. Wanneer hem naar zijn eigen werk werd gevraagd, zei hij op zorgelijke toon: ‘Ik zoek mijzelf.’ In Montmartre genoot hij, met zijn grote klompen, zijn ruime fluwelen pantalon en zijn pet van konijnenbont, naast veel bekijks ook de reputatie een zeer knap kunstenaar te zijn. De kwaadwilligsten moesten erkennen dat hij een geweldig potentieel bezat.

> Lees verder

Barent, Kobus

Nederlands schilder (geb. nabij Dordrecht, Nederland, omstreeks 1630). Zijn biografie vertoont een opmerkelijke overeenkomst met de geschiedenis van zijn vaderland: zijn jeugd werd bepaald door de strijd tussen land en water, zijn volwassenwording stond in het teken van het verzet tegen de Spaanse overheersing. Pas op rijpe leeftijd, nadat de vrede was getekend, kwam zijn kunstenaarschap tot bloei.

Kobus Barent werd geboren aan de Maas als zoon van een molenaar. Zijn vroege belangstelling voor tekenkunst werd gewekt door Bijbelgravure – later zou hij daaraan de goddelijke bescherming toeschrijven die zijn kunstenaarschap ogenschijnlijk begeleidde. Drie visioenen waren bepalend voor zijn roeping. Als knaap aanschouwde hij Het laatste oordeel, het magnum opus van Lucas van Leyden, als adolescent besefte hij dat zijn liefde voor het weelderige vlees van zijn minnares Lisbeth eerder picturaal dan animaal van aard was, en als jongeman ontmoette hij Rembrandt van Rijn.

> Lees verder

Aladdin

Beeldend kunstenaar, schrijver, souffleur, experimentator, actief in Brussel in de jaren 90 van de twintigste eeuw. Werd in de jaren ’90 onder uiteenlopende identiteiten waargenomen in Brussel.

Hoewel Aladdin tot op de dag van vandaag verstoken is gebleven van erkenning, verdient hij bijzondere vermelding als artistiek vernieuwer, of toch tenminste als uitvinder van de spiegeldruktechniek. Het procédé is eenvoudig. Met veelal donkere olieverf – sepia, aubergine, roestbruin enzovoort – wordt een vorm op het vlak van een spiegel geschilderd, die vervolgens wordt afgedrukt op een vel papier. Zo ontstaat een afdruk van een afdruk, een tweedegraadsafbeelding, die reminiscenties oproept aan de monochrome Anthropométries van Yves Klein.

> Lees verder