Aan de andere kant van de muur: het Franstalige werk van Julio Cortázar

‘Lichtvoetig, kwispelend van plezier onder de groene verkeerslichten glijden Aronde, Ariane, Mercedes, Giulietta en Dauphine met een gesnor van voldane katten over de helverlichte laan […]’: Dauphine! Onze Dauphine; in de jaren 60 hadden we er verschillende, voordat mijn ouders overschakelden op Simca’s en Peugeots, want uit een vaag anti-Duits sentiment beperkten ze zich tot Franse automerken. De Dauphine had met zijn afgeronde motorkap en volmaakt cirkelvormige, kraalogige koplampen inderdaad iets katachtigs; ik wil graag geloven dat de motor snorde, en dat ik tijdens de ritjes die we ermee maakten kwispelend van plezier op de achterbank zat.

De geciteerde openingszin van ‘Weense wals in ’t Opern Café’ is een van de zeer weinige in de hier verzamelde microverhalen van Julio Cortázar (1914-1984) die hun scheppingsjaar, 1965, verraden.… > Lees verder

De eerste passie

‘Als wij een object voor de eerste keer tegenkomen en verrast zijn omdat het nieuw is of omdat het al te zeer verschilt van wat we wisten of veronderstelden dat het zou zijn, dan verwonderen wij ons en zijn verbaasd.’ Voor René Descartes behoorde verwondering, samen met liefde, haat, begeerte, vreugde en droefheid, tot de ‘primitieve passies’, waaruit alle andere zich laten afleiden. Maar binnen de primitieve passies is verwondering, zegt Descartes, de ‘eerste’. Want terwijl we andere passies nodig hebben om ons opmerkzaam te maken ‘op wat goed of slecht is aan de dingen’, hebben we alleen de verwondering om ons opmerkzaam te maken ‘op wat ongewoon en zeldzaam is’.… > Lees verder

Pinget, Robert. Noten bij een lemma uit de Grote Winkler Prins

Robert die sleutels verzamelt
vindt hun Canyon een sleutelgat

Hugo Claus, ‘Arizona’

Pinget, Robert (Genève, 19 juli 1919), Frans schrijver.

Het werk van Robert Pinget behoort tot de Franse literatuur, maar hijzelf was een Zwitser. ‘Pinget’ is de naam van verschillende personages van de grote Frans-Zwitserse romancier Charles-Ferdinand Ramuz. Pinget was geen radde Parijzenaar; in interviews (te beluisteren op de website van het Institut National de l’Audiovisuel) heeft zijn tongval, met karakteristiek slepende zinseinden, iets onmiskenbaar uitheems. Toch lijkt zijn geboorte buiten Frankrijk geen zichtbare sporen in zijn boeken te hebben nagelaten – of het zou zijn humor moeten zijn, een voorliefde voor het komische die misschien on-Frans mag heten.… > Lees verder

Autopsie van een gebroken hart

‘Nee! Ik moet uw liefkozingen niet…’. Het keerpunt in het rouwproces om een verloren liefde is het moment waarop de verlatene die zin, of woorden van gelijke strekking, terugkaatst naar de trouweloze die hem of haar verlaat. Alleen door zo’n symbolische vereffening van het aangedane liefdesleed kan het geloof in de Liefde worden gered. De romantische fixatie op die ene uitverkorene is doorbroken: na de breuk, de loutering. Nieuwe avonturen tegemoet!

Marcelle Sauvageot, CommentaarCommentaar is een haarscherpe demonstratie van het proces van onthechting dat volgt op de verloochening van het liefdespact, een demonstratie die des te indrukwekkender is doordat de hoofdpersoon zich vanwege haar ziekte over die nieuwe avonturen weinig illusies maakt.… > Lees verder

Verstandig is de man die zegt: ‘Ik ben begenadigd’

Charles Baudelaire (1821-1867) was een jonge letterkundige toen hij zijn Wenken voor jonge letterkundigen schreef. De tekst verscheen in L’Esprit public op 15 april 1846, een paar dagen nadat hij vijfentwintig was geworden. Enkele van zijn bekendste gedichten had hij op dat moment al geschreven – ‘L’Albatros’, ‘À une dame créole’, ‘Une Charogne’, ‘Le Crépuscule du matin’, ‘Le Vin de l’assassin’ en ‘Les Yeux de Berthe’ -, maar er was nog nauwelijks iets van gepubliceerd onder eigen naam. Les Fleurs du mal, de poëziebundel waarin, zoals wij tegenwoordig zeggen, de hele moderne West-Europese poëzie wordt aangekondigd, van symbolisme tot surrealisme, zou pas ruim tien jaar later verschijnen.… > Lees verder

Een stadswandelaar als Georges Perec

‘Boven aan de trappen kom je uit op een klein kruispunt, met links de Rue Piat, aan de overkant de Rue des Envierges en rechts de Rue du Transvaal. Op de hoek van de Rue des Envierges en de Rue du Transvaal is een mooie okerkleurige bakkerswinkel. Langs de trapleuning, naast een lantaarnpaal, staat een brommer met bonte kleuren in een roofdiermotief. Twee Algerijnen leunen een ogenblik met hun ellebogen op de balustrade. Twee zwarten lopen de trappen op. Ondanks het tamelijk bewolkte weer is het panorama vrij weids: kerken, hoge nieuwe gebouwen, het Pantheon?’

Het panorama is nog altijd vrij weids vanaf de heuvel van Belleville.… > Lees verder