Vervloek de wereld, zijn vloek heb je al

Een van de meest fascinerende boeken in de Nederlandse taal is ongetwijfeld de Encyclopedie van fictieve kunstenaars (in 2000 verschenen onder redactie van Koen Brams), 250 mini-biografieën van schilders en beeldhouwers die hun leven danken aan de verbeelding van schrijvers. ‘Alle kunstenaars die aan bod komen, hebben nooit bestaan’, stelt de flaptekst. Alle? Eén van de lemma’s beschrijft het leven van Gian Domenico Desiderii, de hoofdpersoon van De koning van het woud (Le Roi du bois, 1996), een kort verhaal van de Franse schrijver Pierre Michon. Zeker, Michon heeft van Desiderii’s leven fictie gemaakt, hij heeft hem een zeer onwaarschijnlijke levensloop gegeven, hij heeft hem met een aantal zeer Michoneske obsessies opgezadeld, maar aan één ding kan niet worden getwijfeld: Desiderii heeft bestaan.… > Lees verder

Clément Pansaers, Pan Pan voor de Poeper van de Neger Naakt & Bar Nicanor’, nawoord

Met onfranse overmoed trekt de eerste dadaïst die België heeft voortgebracht het heilige huisje van de volzin omver. Pansaers doet wat maar weinig Franstalige dichters durven: morrelen aan de retorische welvoeglijkheid van de taal. Zijn poëtisch proza houdt het midden tussen coherent betoog en woordenbrij; het bestaat uit betekenisflarden, gemagnetiseerd door middel van ritme en klank.

Het mag ironisch lijken een verfranste Vlaming door een Hollander in het Nederlands te laten vertalen en dadaïstische plaquettes uit te geven in een tijd waarin het begrip avantgardisme problematisch is geworden. Maar zulke puristische overwegingen hoeven aan de poëzie geen afbreuk te doen. Pansaers is geen purist: het gaat hem om ontwrichting (van de zinsbouw), besmetting (van de woordenschat) en woekering (van de beelden).… > Lees verder

‘De roman vernieuwen, vernietigen met zijn eigen middelen’: Louis Aragon

Op 27 november 1926 besluiten de verzamelde surrealisten tot definitieve uitsluiting van Philippe Soupault, surrealist van het eerste uur. Soupault heeft een doodzonde begaan: hij heeft verschillende romans geschreven en is dus bezweken voor de ‘literaire verleiding’. Daarop dienen alle aanwezigen hun literair-politieke positie te bepalen. Is die positie vanuit revolutionair oogpunt verdedigbaar? Antonin Artaud weigert een verklaring af te leggen en tekent daarmee voor zijn eigen uitsluiting. Hij verlaat het vertrek. De beurt is aan Louis Aragon.

Breton: “Mij is ter ore gekomen dat Aragon literaire activiteiten ontplooit: bijvoorbeeld de publicatie van een zesdelig werk bij Gallimard, getiteld La Défense de l’infini.

> Lees verder