De Franse letterkunde bestaat niet (in Nederland)

‘Begin februari in Amsterdam. Op de halfjaarlijkse boekbeurs Vers voor de Pers zit uitgever Wouter van Oorschot, zoals altijd met een blik in de ogen die weinig goeds voorspelt, achter zijn tafeltje. Nu de gekte rond Het Bureau van Voskuil is gaan liggen, lijkt het of Van Oorschot even een adempauze neemt. Slechts een handvol nieuwe titels ligt in dummyvorm voor. Eén daarvan is In de hemel zoals op aarde van Jean Rouaud. (..) ‘Daarmee is zijn cyclus klaar?’, vraag ik, behoorlijk overbodig maar je moet wat. De uitgever knikt en vraagt: ‘Heeft u de andere vier gelezen dan?’ Na het bevestigende antwoord mijnerzijds, bast hij: ‘Dan bent u een van de weinigen.’

> Lees verder

Laermans contra Bourdieu: de logica van de verkettering

[Reactie op ‘Een te grove sociologische borstel? Kanttekeningen bij Pierre Bourdieus Les Règles de l’art‘, Rudi Laermans, in: Boekmancahier, 1994:19, p. 6-25]

Wie een stelling van verschillende kanten belaagt, loopt het risico in zijn eigen vuurlinies terecht te komen. Zoiets overkomt Rudi Laermans in zijn brede kritiek op Bourdieus kunstsociologie. Laermans mobiliseert zeer ongelijksoortige argumenten, hij vuurt zijn pijlen af vanuit zeer uiteenlopende hoeken. Al is de algehele strekking van zijn stuk eenduidig, zijn afzonderlijke standpunten zijn dat zeker niet. In deze reactie wil ik op een paar inconsistenties in zijn standpunten wijzen en bij de strekking van zijn stuk een kanttekening plaatsen.… > Lees verder

De Meester van Etterbeek

‘Chocolocola, ça c’est du bon tabac’, mompelde de Meester, en liet de sigaar van zijn linker naar zijn rechter mondhoek rollen. De bolknak hing schuin naar beneden en schommelde vervaarlijk heen en weer, alsof de Meester er de stukken mee wilde aanwijzen en alvast zijn strategie uitstippelde. Goddank was hij vergeten het ding aan te steken. Sigarenrook heb ik nooit kunnen verdragen.

De Meester schoof mijn biljet van vijftig frank half onder het bord, naast het zijne, en tuurde me een poosje aan vanachter het bolwerk van zijn buik. Zijn ogen waren bloeddoorlopen. Toen deed hij zijn eerste zet: behoedzaam schoof hij de witte e-pion twee velden naar voren.… > Lees verder

Lot en wil in ‘Madame Bovary’

‘Alles wat tot haar dagelijkse omgeving behoorde, eentonig platteland, domme kleine burgers, middelmatigheid van het bestaan, leek haar uitzondering in de wereld, een lot dat haar persoonlijk had getroffen, terwijl daarbuiten zover het oog reikte het onbegrensde land van gelukzaligheid en hartstocht zich uitstrekte.’
[p.73]

‘Het was alsof zij alle bitterheid van haar bestaan op haar bord voorgezet kreeg.’ [p.81]

Een roman is een plek waar drie soorten mensen elkaar ontmoeten: schrijvers, personages en lezers. Die ontmoeting vindt plaats zodra iemand een roman leest; dan ontstaat er een bijzondere driehoeksrelatie tussen schrijver, personages en lezer, waarbij elke partner met beide andere een band aangaat.… > Lees verder