Emmanuel Moses, reisdichter

‘Weergaloze wispelturigheid’, zo luidt vertaler Kevin Harts treffende karakterisering van de poëzie van de Franse dichter Emmanuel Moses. De acht gedichten van Moses die ik voor Poetry 2013 vertaalde zijn een sprekende illustratie van die poëtische onbestendigheid: stuk voor stuk gaan ze over mensen op doorreis. In ‘Oude gesprekken’ nemen exil-auteurs het woord, in ‘Levend’ wordt heengegaan naar het niets, in ‘Toeristen‘ wordt geluisterd naar het melancholisch menuet van de afstand, ‘Meneer Niemendal’ overleeft een cruise op de Nijl en een Himalaya-expeditie, in ‘Pisz na Berdyczów’ verstaat niemand Pools en ‘De tijd in kleur’ beschrijft het uitzicht van de TGV Parijs-Marseille.

Eén gedicht van Moses, ‘Naar Buxtehude’, heeft het reizen zelf als thema. We lezen over de winterse voettocht van een anonieme protagonist tussen populieren en asfalt, langs boerderijen en velden. Zoals vaker bij Moses is ‘Naar Buxtehude’ een lichtvoetig gedicht. De al even lichtvoetige protagonist laat zich niet ontmoedigen door vroege sneeuw, zingt een psalm of een geestelijk lied, wordt door herbergiers hartelijk ontvangen, slaapt voor een habbekrats in zachte bedden en gaat voor dag en dauw weer verder, door dommelende dorpjes met witte daken:

intussen was hij de muziek
waarvoor hij de reis had ondernomen
allang vergeten

450px-Rencontre_de_LübeckIn de winter van 1705 maakt de twintigjarige Johann Sebastian Bach een voettocht van 400 kilometer, van Arnstadt, ten zuid-westen van Weimar, waar hij organist is, naar Lübeck, aan de Oostzee, waar de 48 jaar oudere componist Dieterich Buxtehude triomfen viert. Over die reis is weinig bekend. Wel weten we dat Bach in plaats van de beloofde vier weken vier maanden in Lübeck verblijft, wat hem op een berisping van de kerkeraad komt te staan, en dat zijn componeerstijl na zijn terugkeer veel complexer wordt (de Franse musicoloog Gilles Cantagrel publiceerde in 2007 een roman getiteld La Rencontre de Lübeck, een fictionalisering van de ontmoeting tussen de twee musici).

Afgezien van de titel en van een enkele terloopse verwijzing naar psalmen en geestelijke liederen, is er in het gedicht van Moses niets wat expliciet naar de voettocht van de jonge Bach verwijst. Moses’ wandelaar is een tijdreiziger: op weg naar Buxtehude passeert hij elektriciteitscentrales en wordt hij voorbijgereden door auto’s. De slotregels ontkrachten de titel definitief en onttrekken het gedicht aan zijn anekdotische aanleiding – de muziek, het doel waarvoor de reis werd ondernomen, is ‘vergeten’. Misschien is dat wel de essentie van reizen: vertrekken, en eenmaal onderweg vergeten wat het doel was van je reis. Het overkwam de wandelaar van Mozes, mogelijk overkomt het ook de dichters van Poetry 2013. Bezieling is ‘weergaloos wispelturig’.

En voor de anekdote: na achttien maanden non-stop vertalen sta ik aan de vooravond van een voettocht van Gent naar Venetië. Het doel van mijn reis is het vinden van de ideale vertaling voor de openingsregel van ‘Vers Buxtehude’:

il marchait

[Bijdrage aan het Festivalblog van Poetry International 2013]