Ulrich

Romantisch landschapschilder (1774–1840). Geboren in Greifswald, aan de Baltische Zee, in het toentertijd tot Zweden behorende Pommeren. Ulrich studeerde aan de kunstacademie in Kopenhagen en vestigde zich in 1795 in Dresden, waar hij zijn oeuvre schiep en trouwde, waar hij roem oogstte en stierf.

Ulrich was van kindsbeen af gezegend met een groot artistiek talent, een aangeboren vrijheidsgevoel en een natuurlijke liefde voor schoonheid. Alle lagere lusten waren hem vreemd. De enige tekortkoming van deze fijnbesnaarde ziel was de overdaad van zijn deugden. Al op jonge leeftijd beschouwde hij de tekenkunst als een uitstekend middel om de menselijke ziel tot uitdrukking te brengen. Vanaf zijn veertiende jaar beheerste hij zijn techniek als een meester. Zowat alle Europese dichters, schrijvers, filosofen, schilders en beeldhouwers droegen bij aan de vorming van zijn artistieke persoonlijkheid. Onder invloed van Dürer kwam zijn idealistische kunstopvatting tot ontwikkeling, volgens dewelke schoonheid geen eigenschap van de dingen is maar slechts bestaat in de geest van wie ze aanschouwt. De ontdekking van de gekwelde landschappen van Salomon van Ruysdael deed hem besluiten zich nog louter aan het landschap te wijden; vooral wolkenluchten fascineerden hem mateloos, en dan bij voorkeur bij avondschemering. In 1814 ontmoette hij in Weimar Goethe, die hem onderhield over zijn kleurentheorie. Tot dan toe had Ulrich een kuis bestaan geleid, maar in 1816 huwde hij de lieftallige Johanna, zestien jaar oud, die in 1817 evenwel overleed aan een longontsteking. In de daaropvolgende jaren raakte hij bevriend met Haedrich, arts en filosoof, een uomo universale die in alle takken van de wetenschap proefnemingen deed, en met Ehrlich, estheet en landschapschilder, die mathematische projecties gebruikte bij het maken van zijn doeken en anders dan Ulrich een rationalistische benadering van het schilderen voorstond. De drie vrienden woonden jarenlang samen en voerden menig hooggestemd gesprek bij het haardvuur. Onder dit gelukkige gesternte evolueerde Ulrich tot ‘een van de meest eminente schilders van Duitsland’, zoals Haedrich het formuleerde.

In Ulrichs landschappen figureren veelvuldig twee anonieme wandelaars, op de rug gezien, tegen een achtergrond van woeste berglandschappen. Zijn de wandelaars Ulrichs vrienden Ehrlich en Haedrich? In 1834 stierf Ehrlich in een sneeuwstorm op de Harz. In 1835 bezweek Haedrich bij een vulkaanuitbarsting op IJsland. Ulrich overleefde de aanvallen van zenuwzwakte, melancholie en krankzinnigheid die het gevolg waren van het verlies van zijn vrienden. Verzoend met zijn bestaan, dat volledig in het teken had gestaan van de kunst, stierf hij in de winter van 1840 de vriesdood op vijftig meter afstand van zijn woning.

  • Patrick Roegiers, Hémisphère Nord, 1995

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email