La beauté difficile – quelques problèmes de lecture dans Vies minuscules

Rokus Hofstede: – Je veux vous dire d’abord que ça va être une intervention largement improvisée. Si j’ai été annoncé dans la catégorie des universitaires, c’est parce qu’il n’y avait pas de catégorie spéciale pour les traducteurs ; j’ai fait dans un lointain passé des études de sociologie mais pour ce qui est de la traduction, je suis un parfait dilettante. Je ne suis donc pas habitué à avoir un micro à la main et à parler devant des salles pleines comme celle-ci. Comme je ne me propose pas de faire un discours magistral sur la littérature en général et celle de Pierre Michon en particulier, mais plutôt de vous faire partager quelques expériences de traduction, je vais consacrer le gros de mon temps à vous donner des exemples concrets de problèmes d’interprétation et de compréhension que j’ai pu rencontrer en traduisant Vies minuscules en néerlandais.

> Lees verder

De Heilige Koe van de standaardtaal

Met het onderwerp van deze lezing, ‘Vlaams-Nederlandse vertaalkwesties’, kun je alle kanten op, en aanvankelijk was dat ook min of meer de bedoeling: ik stelde me voor dat ik een aantal vrijblijvende beschouwingen ten beste zou geven over het vertalen in Vlaanderen en Nederland, voor een deel gebaseerd op mijn eigen ervaringen als Nederbelg. Maar toen ik dit praatje daadwerkelijk begon voor te bereiden leek het me interessanter om alle academische distantie te laten varen en om de tijd die mij hier is gegund te gebruiken voor het innemen van een provocatieve, polemisch bedoelde stelling – niet omdat ik de waarheid in pacht meen te hebben maar omdat ik discussie hoop uit te lokken.

> Lees verder

De afgrondelijkheid van het verlangen

In de winter van ’82-’83 deed ik mijn eerste ervaringen op als vertaler uit het Frans. Bij die eerste schoorvoetende pogingen was ik niet alleen, maar in het gezelschap van een Franse vriendin, studente aan de kunstacademie Minerva in Groningen, de Noord-Nederlandse stad waar ik ook zelf in die tijd studeerde. Zij was de autoriteit op het gebied van het Frans, ik op het gebied van het Nederlands. We konden eindeloos delibereren over de kortste zinnetjes, en meestal was ik degene die de knopen doorhakte, maar ik was ook maar al te graag bereid tot concessies als zij die nodig achtte.

> Lees verder

Pierre Michon, De roman ontdaan van zijn rompslomp (interview)

Pierre Michon, er wordt van u gezegd dat u een writer’s writer bent, dat u wordt erkend door uw gelijken. Uit commentaren, proefschriften en interviews, uit discussies en colloquia blijkt een zekere nieuwsgierigheid naar de schrijversfiguur die u met Vies minuscules hebt geconstrueerd. Men is geïntrigeerd door het mysterie dat ontstaat door de heel bijzondere densiteit van uw proza, door de manier waarop de taal bij u naar een climax neigt. Hoe ervaart u die vragen omtrent uw positie en persoon?

Dat verhaal over erkenning heeft niets te betekenen. Ik denk vaak aan de manier waarop Apollinaire en Jarry elkaar hebben ontmoet.

> Lees verder

Labé geüpdatet

De roem van de zestiende-eeuwse Franse dichteres Louise Labé (ca.1520-1566) heeft de afgelopen decennia een hoge vlucht genomen, in en buiten Frankrijk. Als vaandeldraagster van een ‘feministische poëtica’ is zij het voorwerp van een nog altijd wassende stroom exegeses, vooral binnen vakgroepen Frans en genderstudies in de Verenigde Staten en Canada. Labé was een eigenzinnige dichteres in een door mannen overheerste poëtische traditie, une Sappho françoise, en zij was een vrije, onafhankelijke vrouw, une belle rebelle; ze schreef zeldzaam zinnelijke en tegelijk zeer lucide, doorgecomponeerde poëzie. Feitelijk is over haar persoon weinig meer bekend dan geruchten; ze werd geboren in Lyon in een niet-adellijk milieu, als dochter van een rijke touwslager, kreeg een renaissancistische opvoeding, leerde Latijn en Italiaans, zong en speelde luit, kon schermen en paardrijden.

> Lees verder

Pierre Michon, Het potentieel van proza (gespreksfragmenten)

Borges zegt: ‘De roman is een bijgeloof van onze tijd’, maar Borges is erg netjes.

[momenten in mijn santenkraam]
Er zijn waarschijnlijk drie of vier momenten in mijn santenkraam. Eerst natuurlijk Vies minuscules, de schrijver die niet schrijft, de schertsfiguur die dorpsgekken en dode verwanten verheerlijkt, die voor zichzelf een stamboom verzint, die zich beroept op zijn spoorloze vader, die schrijft voor de doden in de devote hoop dat ze antwoord zullen geven (en in zekere zin hebben ze misschien ook wel antwoord gegeven). Het tweede moment is de hele reeks van schilders met hun modellen , waarin het op flagrante wijze gaat over representatie, over de ijdelheid en noodzaak ervan, maar waarin het belangrijkste voor mij waarschijnlijk het gelijkschakelen van de waardehiërarchie is geweest, het zoeken naar de kleinste gemene deler menselijkheid tussen onbetwistbaar grote geesten, Van Gogh, Watteau, en een onnozele postbeambte of een zwaarmoedige hofpredikant.

> Lees verder